In gesprek over de corona-crisis

Vanaf 11 mei mogen de kinderen van de basisschool weer geheel of gedeeltelijk terug naar hun scholen. Daar zullen ze praten over wat ze hebben meegemaakt, hoe ze dat hebben ervaren: gemis, angst en eenzaamheid, maar ook veel vrije tijd met je gezin en bijzondere maatschappelijke initiatieven.

Veel kinderen hebben bovendien ervaren (of merken als zij weer op school zijn) dat er verschillende meningen, invalshoeken en ideeën bestaan over wat er aan de hand is en wat de beste manier is om daarmee om te gaan. Sommigen kwamen helemaal niet meer buiten, anderen speelden samen met vriendjes. Sommigen gingen wel bij hun opa’s en oma’s op bezoek, anderen hebben hen al weken niet gezien. Sommige ouders vrezen voor hun baan en vinden alle maatregelen overdreven, anderen verloren een familielid en vinden dat er niet streng genoeg wordt gecontroleerd. Het valt niet mee om met die diversiteit om te gaan – in een onzekere tijd wil je houvast hebben aan duidelijke, eenduidige informatie en regels.

Als je met kinderen in gesprek gaat over deze diverse aspecten van de corona-crisis heb je een belangrijke rol te vervullen als gespreksleider. Je wilt kinderen immers de ruimte geven om hun ervaringen te delen en te verwerken, zonder dat er meer onzekerheid, onduidelijkheid of zelfs polarisatie ontstaat. En als volwassene is je positie, verantwoordelijkheid en beleving zo anders dan die van de kinderen, dat je (beter) geen deelnemer kunt zijn aan het gesprek.
De onderzoekende gesprekswijze van het filosoferen met kinderen biedt handvatten om dat te doen – om stil te staan bij de houding die je als gespreksleider aanneemt. Een goede gespreksleider faciliteert een respectvol, veilig gesprek en helpt de deelnemers om hun ervaringen, inzichten en argumenten te verwoorden en te verdiepen.

Hoe je dat doet? Daar kun je trainingen en coaching voor volgen – en er is oefening nodig om het onder de knie te krijgen – maar je begint altijd bij het begin, bij de belangrijkste uitgangspunten. Dat zijn deze:

Op veel vragen die er spelen kent niemand enige of juiste antwoord – volwassenen evenmin als kinderen: Zijn we samen verantwoordelijk voor elkaars gezondheid?  Is gezondheid belangrijker dan werk en inkomen? Wat gebeurt er met je als je vrijheid wordt beperkt? Kun je iets missen waar je niet altijd zin in hebt, zoals je school of je werk? Wanneer wordt alles weer normaal? En is terug naar normaal waar we naar streven, of is het tijd voor verandering?
Realiseer je dat je in je menselijkheid gelijkwaardig bent aan de kinderen – ondanks je kennis en ervaring.

Laat als gespreksleider je mening, ideeën, ideologische standpunten of argumentaties buiten het gesprek. Dat is van groot belang voor het vertrouwen in de groep en de mate waarin de kinderen durven zeggen wat ze denken. Bovendien zorgt het ervoor dat de kinderen het denk- en ervaringsniveau in het gesprek bepalen.

Voeg geen kennis toe, leg geen begrippen of concepten uit. Als niet alle deelnemers de betekenis van een begrip of concept kennen, kun je degene die dat wel weet vragen het toe te lichten. Als blijkt dat alle deelnemers een begrip of betekenis niet kennen, laat je het buiten beschouwing of spreek je af om het later op te zoeken.

Waardeer, verbaal en non-verbaal, de inbreng van de kinderen, bijvoorbeeld: Dat heb je duidelijk uitgelegd. Dat is een interessant idee! Dankjewel dat je dat hebt verteld.

Neem geen genoegen met de eerste antwoorden, maar onderzoek samen wat er precies wordt gezegd en gedacht: Waarom denk je dat? Wat bedoel je precies? Wie denkt er ook zo over? Zou het ook andersom kunnen zijn? Kun je het nog eens uitleggen?  Zo voorkom je dat je dènkt elkaar en het onderwerp te begrijpen, terwijl je hoofd vol zit met je eigen ideeën.

Het is prettig, ook tijdens het gesprek, om af en toe samen te vatten wat er is gezegd. Het is niet nodig om tot gezamenlijke conclusies te komen, maar wel prettig om een rode draad in het gesprek vast te houden.
Sluit het gesprek duidelijk af – spreek af of en wanneer je er op terug komt.

Praten is voor veel mensen(kinderen) een prettige manier van verwerken. Dat geldt niet voor iedereen en er zijn vele andere manieren om je gedachten en emoties te ordenen. Geef daarom na afloop van het gesprek de gelegenheid om even te tekenen of te schrijven, te spelen of te zingen.

Een goed gesprek in het team: toekomstscenario’s

Een van de belangrijkste vragen die kinderen, maar ook volwassenen op dit moment hebben, is: Wanneer wordt alles weer normaal? Of: Hoe gaat het leven worden nu het niet meer normaal is? We willen graag weten wat de toekomst ons brengt, wat we kunnen verwachten.
Denken over de toekomst is wellicht het moeilijkste denken dat er is. Op het verleden kunnen we reflecteren. En voor het heden kunnen we praktische plannen maken. Maar waarop baseren we onze gedachten over de toekomst? Door te kijken naar huidige trends en ontwikkelingen en hoe die op elkaar inwerken, kun je scenario’s schetsen. Vanuit die scenario’s is het mogelijk een vertaling te maken naar de toekomstige dagelijkse praktijk.

Juist voor scholen en organisaties is het van belang daar aandacht aan te besteden.  Door je verschillende toekomstscenario’s voor te stellen voel je je minder onzeker – je bent minder een speelbal van de gebeurtenissen. Want enerzijds kun je bij een voorstelling van de toekomst je praktische brein al activeren: Wat ga ik doen als het zover is, als dit is wat het wordt? Hoe wil ik daarmee omgaan? Die vragen leg je ‘in de week’, zodat je tot creatieve oplossingen komt. Anderzijds kun je je bij onwenselijke scenario’s afvragen wat je nu al kunt doen om die te voorkomen. Hoe neem je het roer in handen binnen jouw invloedssfeer?

Scholen en organisaties in de regio Rotterdam, Dordrecht en Hoeksche Waard die – naast al het pragmatisch vergaderen en opstellen van regels en oplossingen – behoefte hebben aan een helicopterview en toekomstverkenning, kunnen contact opnemen voor een teamworkshop Scenariodenken via judith@ateliervandeverbeelding.nl.

 

Doe de haiku

wat een mooie stok
die vraagt om mijn houtsnijmes
ik snijd hem scherp

Lees “Doe de haiku” verder

Filosoferen in tijden van crisis: stilstaan in de orkaan

Als we kinderen en jongeren leren filosoferen, geven we ze van alles mee: denkvaardigheden, dialoogvaardigheden, inzichten over het onderwerp van gesprek. Welke opbrengsten je daarin het meest nastreeft, wat de boventoon mag voeren in het leren filosoferen, is een kwestie van benadering en doelstelling.

Lees “Filosoferen in tijden van crisis: stilstaan in de orkaan” verder

Poëzieweek 2020 – De toekomst is nu

De Poëzieweek richt dit jaar de aandacht op een volgende generatie dichters, die in nieuwe vormen een eigentijdse blik op de wereld verwoordt. Het intrigerende thema dat daarbij hoort is ‘De toekomst is nu’. Lees “Poëzieweek 2020 – De toekomst is nu” verder

Drie boeken vol gedachten

Bij mijn afscheid van Daltonschool Overschie, waar ik een aantal jaar met de kinderen en het team had gefilosofeerd, kreeg ik het prentenboek ‘Is het een appel?’ van Shinsuke Yoshitake cadeau.
Yoshitake is een Japanse schrijver/illustrator met een heldere, ongekunstelde stijl. In een online interview vertelt hij over zijn voorliefde voor de kleine gebeurtenissen, de onbeduidende handelingen en patronen in het leven en de wereld – zo triviaal dat je ze onmiddellijk zou vergeten als je er geen notitie van maakt. Dus dat doet hij veelvuldig in zijn notebooks, als voorstudies voor tekeningen in zijn prentenboeken.

Lees “Drie boeken vol gedachten” verder

Boekenclub in de kleuterklas (deel 3)

Hier is dan de laatste post over de boekenclub in de kleuterklas. In deel 2 ging het om het maken van de boekjes en gaf ik drie eenvoudige vormen weer voor het maken van kleine (A6-formaat) boekjes. Hoe kunnen de kleuters deze boekjes inhoud geven? Lees “Boekenclub in de kleuterklas (deel 3)” verder

Boekenclub in de kleuterklas (deel 2)

Een jaar geleden gaf ik een aantal workshops tijdens Landelijke studiedag kleuterleerkrachten van de Vrije Scholen, gericht op creatieve werkvormen voor de kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong. Ik schreef daar eerder over in de blogpost Boekenclub in de kleuterklas (deel 1).  De ‘boekenclub’ in de kleuterklas is een speel- en maakhoek waar kinderen zelf boeken kunnen maken en presenteren. Doel van de activiteit is om de begaafde of snel ontwikkelende kleuter uitdaging en autonomie te bieden.  In deze post vertel ik je hoe je die boekjes maakt. Lees “Boekenclub in de kleuterklas (deel 2)” verder

Reis mee! Volg je eigen routekaart

De Kinderboekenweek is begonnen. Al een aantal weken is er gespreksmateriaal te vinden in de database van filosoferenopschool.nl om te filosoferen tijdens de kinderenboekenweek. Reizen is een thema met veel aanknopingspunten om te filosoferen: bijvoorbeeld over je thuis voelen, over zelfredzaamheid, over vrijheid, anders zijn, vreemdelingen, wereldreizen, tijdreizen, het lot, wilskracht en migratie. Lees “Reis mee! Volg je eigen routekaart” verder

Taal op de BSO

In het tijdschrift Kinderopvang staat deze maand een speciaal Dossier Taal, over de wijze waarop de kinderopvang kan bijdragen aan de taalontwikkeling van kinderen van 0 tot 12 jaar. Met daarin aandacht voor de taalspellen die je vindt op mijn blog. Kijk onder het artikel voor directe links naar de taalspellen en taalactiviteiten.

Lees “Taal op de BSO” verder

Boekenclub in de kleuterklas (deel 1)

In oktober 2018 gaf ik een aantal workshops tijdens Landelijke studiedag kleuterleerkrachten van de Vrije Scholen. De vraag vanuit de organisatie was een praktische, inspirerende workshop met creatieve werkvormen voor de kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong.  Lees “Boekenclub in de kleuterklas (deel 1)” verder