Democratie leren = denken en doen

We leven toe naar de Tweede Kamerverkiezingen en worden daarnaast dagelijks deelgenoot van de spanningen waar democratische samenlevingen wereldwijd mee kampen. Dat maakt democratisch burgerschap tot een interessant en actueel thema, passend in de wettelijke opdracht tot burgerschapsvorming op scholen. Hoe geef je daar woorden en betekenis aan, thuis en in de klas?

Met Sergio Espigares Tallón (zie onderstaand interview) werkte ik aan het burgerschapsprogramma Meer Democratie. Op de website van Stichting Wereld-leren is dit veelzijdige en toegankelijke project kosteloos beschikbaar. Het programma is bedoeld kinderen vanaf 9 jaar, hun leerkrachten en ouders. Het bevat een toelichting op democratisch burgerschap, een heldere opzet en diverse handleidingen en materialen voor in de klas – zoals filosoferen over democratie, een democratiequiz, een participatieproject in de klas met creatieve werkvormen en een verkiezing, een excursie en een democratiespel. Ook voor ouders en leerkrachten zijn er inspiratie en handleidingen om met elkaar en met kinderen te werken aan meer democratie, thuis en op school.

Interview: Sergio Espigares Tallón

Sergio, ik heb je leren kennen als iemand met een grote betrokkenheid bij het onderwerp democratie. Wat heb jij met het thema, waarom houdt het je bezig?

“Er zit voor mij een persoonlijk verhaal aan vast, dat teruggaat tot in mijn jeugd. Ik heb Spaanse ouders, ben in Nederland opgegroeid, maar heb als kind ook een poos in Spanje gewoond. In de jaren dat ik daar woonde stierf Franco en vond de overgang plaats van een dictatuur naar een democratie. Dat was nogal een heftig gebeuren, met demonstraties op straat en allerlei verhalen die loskwamen. Als kind vond ik dat heel bijzonder, wat dat teweeg bracht bij mensen. Ik besefte me hoe vanzelfsprekend de democratische samenleving in Nederland voor mij was geweest.

Dankzij deze ervaring ben ik van kinds af aan geïnteresseerd geweest in politiek en in democratische verhoudingen. Dus toen ik de kans kreeg om te gaan studeren ben ik politicologie gaan doen, naast filosofie. Ik heb altijd belangstelling gehouden voor inrichting van samenlevingen en hoe je dat op een democratische manier kan doen. Tegenwoordig valt me vaak op hoe beperkt de betrokkenheid van Nederlanders, en dan vooral van Rotterdammers, is bij de politiek. De opkomst bij verkiezingen is in Rotterdam bijzonder laag.”

Heb jij daar een verklaring voor?

“Daarin spelen verschillende factoren een rol, maar blijkbaar is de afstand tot de politiek in Rotterdam groter dan in andere steden en delen van Nederland. Wellicht heeft het te maken met de samenstelling van de bevolking van Rotterdam. Daarin is toch een grotere groep voor wie het moeilijk is om te stemmen, door laaggeletterdheid bijvoorbeeld. Ook zal er bij bepaalde bevolkingsgroepen minder vertrouwdheid zijn met het idee van stemmen.”

Hoe maak je mensen vertrouwd met democratie? Als je je kinderen, leerlingen of nieuwkomers in Nederland wilt uitleggen wat democratie is, hoe kun je dat dan het beste doen?

“Je moet de woorden vinden om uit te leggen waar het over gaat en wat er op het spel staat. In de kern gaat democratie erom dat je samen beslissingen neemt over onderwerpen die jezelf en anderen aangaan en dat je daarbij rekening houdt met bepaalde regels. Zo simpel kun je het uitleggen: samen beslissingen nemen. Vervolgens gaat het erom te ervaren wat dat betekent. Wanneer je democratie in praktijk brengt, praktisch en kleinschalig, kun je voelen wat het is en de consequenties ervan ervaren. Dat kan heel eenvoudig, zowel thuis als in de klas, zoals we voorstellen in het programma Meer Democratie.”

In feite zeg je: je kunt democratie kortweg beschrijven als ‘samen beslissingen nemen binnen vaststaande kaders’, maar je kunt de betekenis daarvan pas begrijpen als je het zelf oefent en ervaart?

“Ja, democratie moet je ervaren. Dat geldt zowel voor het samen beslissingen nemen als rekening houden met de kaders en regels die daarbij horen. Je moet ervaren hoe het is als iedereen daar een rol in speelt, als iedereen dezelfde rechten heeft en zijn zegje moet kunnen doen. Je moet ervaren hoe het is om tegenstellingen op te lossen door middel van gesprek. Je moet ervaren hoe je rekening houdt met minderheidsposities. Want die kaders en regels, die in onze democratie deel uitmaken van de rechtstaat, zijn minsten zo belangrijk als kunnen stemmen.”

Komt zo’n uitleg van democratie overeen met het beeld dat we in de huidige samenleving, in de mondiale politiek en in de media van democratie krijgen?

“Dat beeld is niet zo eenduidig – in de praktijk is het lastig om de verschillende ideeën over democratie helder te krijgen. Democratie wordt vaak uitgelegd als ‘de meerderheid beslist’ – wat de consequenties ook mogen zijn van die beslissing. Dat is een negatieve versmalling van het idee dat je samen beslissingen neemt. Want als je samen beslissingen neemt, ben je ook samen verantwoordelijk voor de onderwerpen die je aangaat. De gemeenschapszin die vooraf gaat aan het samen beslissingen nemen, lijkt momenteel te ontbreken. Of je nu bij de meerderheid hoort of bij de minderheid, in een democratie moet je ook oog hebben voor degenen die bij een beslissing aan het kortste eind trekken. Nu heerst bij een aantal partijen het idee dat je als je de meeste stemmen hebt, de sterkste bent en de koerst bepaalt. Dat is een verschraling van het democratiebegrip, waarbij je op consensus gericht zou moeten zijn en de ander wilt overtuigen van wat het beste is. Democratie begint bij het gevoel dat je het samen moet doen.

Het gebrek aan gemeenschapszin wordt bijvoorbeeld zichtbaar in het grote aantal politieke partijen dat nu meedoet aan de Tweede Kamerverkiezingen. Mensen sluiten zich niet meer aan bij de bestaande partijen om daarbinnen ideeën in te brengen en tot compromissen te komen, maar gaan hun eigen groepjes vormen. Dat lijkt democratisch, al die nieuwe partijen, maar het toont ook gebrek aan communicatief vermogen. In het huidige beeld van democratie is dat wat vooral ontbreekt: gemeenschapszin.”

Wanneer je met anderen, met leerlingen, wilt nadenken over democratie lijkt het me prettig om te vertrekken vanuit zo’n bondig concept: samen beslissingen nemen, terwijl je rekening houdt met de bestaande regels of bepaalde voorwaarden. Op die manier kun je actuele gebeurtenissen vanuit dat concept onder de lopen nemen, met een waardevrije positie.

“Dat kan inderdaad, maar het is zeker voor leerkrachten belangrijk om van te voren zorgvuldig af te wegen welke onderwerpen je erin wilt betrekken als je aan de slag gaat met democratie. Want wanneer het gaat over de landelijke of internationale politiek kan dat, ook in de klas, polariserend werken. Ga je ermee aan de slag met betrekking tot een onderwerp op school, iets wat de kinderen zelf aangaat en voor hen relevant is, dan speelt dat hele polariserende van deze tijd veel minder een rol. Dan richt je je vooral op democratische vaardigheden.”

Denk je dat het onderwijs een rol speelt in de toekomst van de democratie?

“Je moet de rol van het onderwijs daarin niet te groot maken, maar zeker ook niet te klein. Niet te groot omdat het onderwijs slechts één van de domeinen is waarbinnen je aandacht kunt besteden aan democratie. Het onderwijs gaat ook geen dingen oplossen die nu mis zijn rondom democratisch burgerschap, dat is geen reële verwachting. Anderzijds is het onderwijs een belangrijk domein waarin kinderen kennis en vaardigheden aanleren. Het mooiste is als je zo’n thema als democratie kunt verbinden aan het bestaande curriculum. In de eerste plaats denk ik dan aan de algemene pedagogische opdracht van basisscholen: het klimaat in de klas, de basisbehoeften van kinderen aan autonomie, aan sociale relaties, aan competenties. De wettelijke opdracht tot burgerschapsvorming lijkt vaak nog ver bij scholen af te staan. Door de haast vanzelfsprekende verbinding te maken met die pedagogische opdracht haal je het dichterbij. Maar dan kom je uit bij de vraag of leerkrachten ook ervaren dat zij dat zo kunnen doen. In feite doen scholen vaak al meer aan democratie dan ze beseffen, maar ze kunnen dat nog veel explicieter doen.”

Aandacht besteden aan democratie: wat levert dat de leerkracht en de leerling zelf op, in de klas?

“Maak leerlingen medeverantwoordelijk: voor hoe je met elkaar omgaat, voor de invulling van bepaalde lessen, voor regels die je met elkaar afspreekt. Geef daartoe ruimte binnen vastgestelde kaders of onder bepaalde voorwaarden. Op de manier breid je als leerkracht je vaardigheden uit met democratische werkvormen en je krijgt een brede kijk op competenties van leerlingen. Je maakt een verbinding tussen wat er in de klas gebeurt en wat er in de samenleving speelt en nodig is. En dat maakt het werk interessanter!”

Sergio Espigares Tallón (1964) is politiek filosoof. Hij studeerde politieke wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Leiden en wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Aan de Universiteit van Tilburg promoveerde hij in 1998 op een politiek-filosofisch proefschrift. Sergio werkte onder meer als beleidsmedewerker in de gemeenten Rotterdam en ’s-Hertogenbosch. Daarnaast was en is hij als adviseur, projectleider en gastdocent verbonden aan DOE-Projecten & Advies, een project- en adviesbureau op het terrein van jeugd, onderwijs en burgerschap. In die hoedanigheid was hij projectontwikkelaar burgerschapsonderwijs voor Stichting Wereld-leren. Momenteel is Sergio docent Sociale Studies bij Avans Hogeschool te ’s-Hertogenbosch.