Snotmonsters en spoken

Over een week begint de Kinderboekenweek 2017. Wie wil filosoferen in de Kinderboekenweek vindt ruimschoots gespreksmateriaal op www.filosoferenopschool.nl. Wil je nog gebruik maken van de tijdelijke, gratis login voor het materiaal van de Kinderboekenweek? Stuur dan even een mailtje.

Behalve tot lezen en filosoferen geeft het thema van deze Kinderboekenweek 2017 – Gruwelijk eng! – ook inspiratie tot griezelig tekenen, schrijven en verhalen vertellen. In deze post vijf ideeën.

1. Snotmonsters

Voor een paar goeie snotmonsters maak je eerst een paar groene kledders op papier, liefst met ecoline, maar waterverf kan ook.

Vervolgens gebruik je een zwarte fineliner om er griezelige snotmonsters van te maken.

2. Bloederige griezels

Dit is min of meer hetzelfde recept als dat van de snotmonsters. Maak met rode ecoline een paar flinke bloedspetters. (Echt bloed kan natuurlijk ook.)

Om er griezels van te maken heb ik nu in plaats van fineliner kleurpotlood gebruikt.

3. Zoek de spoken

Voor deze tekenopdracht heb je papier nodig (bij voorkeur zwart, maar elke andere kleur volstaat ook prima) en kleurpotlood of krijt. Start met het maken van vloeiende ronde vormen in één doorgaande lijn. Je kunt er een zacht, spookachtig geluid bij maken. Zoek vervolgens in de vormen naar spoken en teken ze erin. Wie weet vind je ook nog een paar vleermuizen.

4. Botjesalfabet

Spelen met letters en vormgeving. Wanneer je botjes tekent, werkt dat goed op zwart papier met een wit krijt of kleurpotlood. Letters van spinnenwebben kan ook, of van bloedsporen van ecoline.

Een paar letters voor wie net begint met schrijven (je eigen naam bijvoorbeeld) of een heel alfabet voor de gevorderde.

5. Enge verhalen vertelspel

Het verhalenvertelspel heb ik eerder beschreven, maar leent zich goed voor de Kinderboekenweek. Maak daarvoor een woordweb rondom griezelverhalen. Wees niet bang om hier en daar wat te begrenzen qua griezeligheid en zorg ervoor dat ook woorden als ‘moed’, ‘dapper’, ‘nieuwsgierig’, ‘veilig’, ‘droom’ en ‘fantasie’ aan bod komen. Zo is er altijd een uitgang uit het verhaal als het te gortig wordt. Schrijf de woorden op kaartjes (zie de beschrijving in de eerder blogpost) en maak er illustraties bij.

Je kunt het spel spelen in de kring en samen een verhaal bedenken, maar bijvoorbeeld ook drie kaartjes en een schrijfopdracht geven.

 

Verhalenvertelspel in de klas – DIY

Een verhalenvertelspel is een eenvoudig groepsspel dat zorgt voor taalplezier, creativiteit en verbinding. Er zijn diverse vertelspellen te koop, maar je kunt het ook heel goed zelf maken, thuis of in de klas. Een verhalenvertelspel bestaat uit een set kaarten die je gebruikt om een gezamenlijk verhaal te verzinnen en te vertellen. Op de basisschool is het spel geschikt voor kinderen van groep 3 t/m 8. Doordat de kinderen de woorden kiezen die ze op de kaarten schrijven en het verhaal vertellen, bepalen zij zelf het niveau van het spel.

Benodigdheden:

  • schoolbord
  • kleine kartonnen kaartjes (bijv. A7 formaat / 7,5x10cm)
  • schrijf- en tekengerei

Het spel maken

Maak gezamenlijk een woordweb rond een vertelthema, bijvoorbeeld sprookjes, fabels, avonturen, reisverhalen of schoolverhalen. Verzamel zoveel mogelijk woorden.

Verdeel de woorden over de kinderen. Elk kind schrijft zijn woorden op verschillende kleine kaarten en maakt er tekeningen bij. Maak van alle kaarten een dikke stapel.

Tip voor de bovenbouw: verdeel de kinderen in groepen en laat ze per groep een woordsoort voorbereiden, passend bij het thema. Bijvoorbeeld:

  • personen (de soldaat, de kapitein, de dame)
  • voorwerpen (de sleutel, het hek, de koffer)
  • dieren (de wolf, de vleermuis, de kat)
  • emoties (boos, verongelijkt, uitgelaten)
  • bijvoeglijk naamwoord of bijzonderheid (rood, glimmend, stekelig)
  • plaats (bij het meer, in het bos, onder een steen)
  • werkwoord (lopen, rennen, huilen, smeken, lachen)

Het spel spelen

De kinderen zitten in een kring en bedenken en vertellen gezamenlijk een verhaal aan de hand van de kaarten. Wie wil vertellen trekt een kaart uit de stapel. Het woord en de afbeelding op de kaart geven telkens aan waar het verhaal heen gaat. De verteller gebruikt zijn fantasie en vertelkracht om de kaart een plek te geven in het gezamenlijke verhaal.

Wanneer de verteller is uitverteld, gaat een volgende verder door opnieuw een kaart te trekken en aan te sluiten op het verhaal. Het verhaal is afgelopen wanneer er een logisch einde ontstaat, of wanneer de tijd op raakt.