Ik haat politiek

 

Het boek ‘Ik haat politiek’ is een aanrader voor iedereen die meer wil begrijpen van politiek en democratie of met kinderen in de leeftijd van 10-14 jaar wil lezen en denken over dit thema. Het vertelt het verhaal van de 12-jarige Camilla die haar vader verloor aan de politiek: hij was ooit burgemeester en klom op tot de landelijk politiek, raakte betrokken bij frauduleuze praktijken in zijn partij en pleegde zelfmoord. In het kleine Italiaanse dorp waar Camilla woont worden zij, haar moeder en broertje aangekeken op de gebeurtenissen. Door de ontmoeting met de zwerver Aristoteles leert Camilla wat politiek werkelijk betekent en samen met hem en haar opa stelt ze de politieke misstanden in haar omgeving aan de kaak. Behalve een gevoelvol verhaal over rouw en onrecht is ‘Ik haat politiek’ een aansprekende vertelling met humor en verbeeldingskracht.

Flaptekst

Dit boek gaat over Camilla die politiek haat, die met gebogen hoofd over straat loopt om niet op de mieren te trappen. Het gaat over een plekje aan het raam in de klas, over on-vissen, volleybaltechnieken, een zwerver met drie honden en drie katten, bruggen bouwen, haar vader Roby die dood is, broodjessalamisnoepjes, over haar vriendin Pam die goed kan tennissen. Ook gaat het over opstaan in de bus, opletten, rugby, polis en ministrum, democratie, over een zoete en bittere appel, het beeld in het Niemandsplantsoen en nog veel meer en o ja, waarom zit het ooglapje van de zwerver Aristoteles dan weer voor zijn ene en dan weer voor zijn andere oog en wat zit er toch in al die plastic zakken die hij meesjouwt? Er druppelt zelfs bloed uit.

Filosoferen over politiek

De zwerver Aristoteles legt Camilla de betekenis van politiek en democratie uit in drie woorden.

‘In drie woorden maar?’
‘Meer zijn er niet nodig. Een per dag. Een is Nederlands, een is Grieks en een is Latijn.’

Onderstaand vind je drie citaten met daarin de uitleg van Aristoteles. Aan de hand daarvan kun je met je kinderen of leerlingen verder denken over politiek.

Het eerste woord: opletten

‘Politiek is: ik let op!’ legt Aristoteles uit. ‘Dat wil zeggen: opletten wat mensen nodig hebben en proberen er een oplossing voor te vinden. Meer niet. Mensen hebben altijd al problemen gehad, maar er was niet altijd iemand die kon helpen met een oplossing. Denk maar aan vele eeuwen geleden, toen een koning of keizer de baas was. De arme boeren hadden water nodig om hun velden te bevloeien, of ze wilden de koning vragen om niet hun zonen mee te nemen want als die in de oorlog moesten vechten konden ze het graan niet oogsten. Maar hoe konden ze dat duidelijk maken als de koning zich opsloot in zijn mooie kasteel? Die arme stakkers, die net zo stonken als ik, konden niet eens binnenkomen. De koningen en keizers zaten in de hoogte, in de hemel bijna, en het gewone volk was beneden, op aarde. Er tussenin was een absolute leegte. En de politiek vult die leegte op, het is de ladder die de hemel en de aarde met elkaar verbindt. (…) De politiek is de brug die de verbinding vormt tussen de mensen die de baas zijn en degenen die gehoorzamen.’

Het tweede woord: polis

‘De polis was in het oude Griekenland de stad. De politiek is een stad waarin iedereen meedoet aan de discussies, waarbij de wil van de meerderheid wordt gevolgd. Deze manier van besturen heet “democratie”, nog een Grieks woord. “Democratie” betekent “regering van het volk”. Weet je nog van de koning die zag opgesloten in zijn kasteel, met de ophaalbrug omhoog, en die deed wat hij wilde? De politiek heeft die brug omlaag gehaald en de boeren, herders en kooplui het kasteel binnengelaten. En nu mag iedereen met zijn adviezen en wensen het koninkrijk meeregeren. Dat is democratie.

Het derde woord: Ministrum

Aristoteles pakt het papier, houdt het boven zijn hoofd alsof hij het wil laten lezen aan iemand in de verte, en kondigt aan: ‘Ministrum betekent “dienaar”.’
‘Dienaar?’ herhaal ik verrast.
‘Ja, Camilla, en als je nog eens nadenkt over wat ik je heb verteld is daar niets vreemds aan. Voor alles moet een politicus een dienaar zijn. Hij dient de mensen die iets nodig hebben en die hem hebben gekozen om hun problemen op te lossen. (…)

Aristoteles draait het blad om, dat hij nog boven zijn hoofd houdt. Nu staat het woord “ministrum” ondersteboven.
‘Jij vroeg waarom zoveel mensen kwaadspreken over politici. Nou, Camilla, dat is omdat het woord “ministrum” op zijn kop is gezet. De politici willen vandaag niet meer dienen, maar de baas spelen. Ze maken misbruik van de macht die ze hebben om te worden wat je zei: machtig, rijk en beroemd.’

Filosofische vragen over politiek

Startvragen

  • Wat betekent ‘politiek’?
  • Welke Nederlandse politieke partijen kun je noemen?
  • Welke politici (ministers, partijleiders, leden van de Tweede Kamer) ken je?

Verdiepingsvragen

  • Van wie is de politiek?
  • Is de politiek overal, of alleen in Den Haag, bij de regering?
  • Denk je dat het moeilijk is om politicus te zijn? Waarom (niet)?
  • Wat heeft politiek met samenleven te maken?
  • Wat heeft politiek met rechtvaardigheid te maken?
  • Wat heeft politiek met vertrouwen te maken?
  • Kan een land zonder politiek?
Verantwoording en link

Titel: Ik haat politiek
Schrijver: Luigi Garlando
Uitgeverij: Tutti/Tuttibooks (Nijmegen, 2010)