Dreamteam Kauffman en Deijmann

Blogserie: Vakgenoten

Zelfstandig, maar in goed gezelschap. Zo ervaar ik mijn werk als zzp’er in illustratie, cultuur en educatie. Ik werk graag alleen, maar geniet ook van samenwerken, sparren, onderzoeken en uitwisselen met vakgenoten. Op mijn blog deel ik mijn ideeën en ervaringen, en graag nodig ik mijn vakgenoten uit om dat eveneens te doen. In een serie interviews vraag ik ze op de mens af wat hen motiveert, hoe ze werken en wat ze ons vanuit hun ervaring in het vak kunnen leren.

Ilse/Michiel

Ilse Kauffman en Michiel Deijmann leerde ik kennen via Stichting Kunst in de Klas (K!K) in Rotterdam. K!K organiseerde en faciliteerde vanaf 2004 tien jaar lang omvangrijke kunstprojecten op scholen, waarbij steeds twee kunstenaars samen een lesplan ontwikkelden en uitvoerden in de klas. Een buitenkans voor scholen en kunstenaars, die zowel binnen kaders als grensoverschrijdend te werk gingen. Ilse en Michiel waren van begin tot eind betrokken bij K!K als rotsvast duo, maar bleven ook daarna samenwerken in de kunsteducatie. En dat is best bijzonder in een tijd waarin scholen moeite hebben om de middelen te vinden om kunst en cultuur te financieren. In dit tweede deel van de blogserie Vakgenoten vertellen ze hoe zij hun aanpak en werkwijze onderbouwen en wat hen drijft en inspireert in hun werk en gezamenlijke projecten.

Ilse en Michiel bij een werk van Krištof Kintera in de Kunsthal (2015).

Kunstenaar/docent

Michiel: Ik ben opgeleid tot kunstenaar en in de praktijk docent geworden. Dat is niet iets wat ik zelf zou hebben gekozen, ik had een rampzalig beeld van onderwijs overgehouden aan de lagere en middelbare school. Maar ooit werd ik gevraagd om popmuziekworkshops te geven op het Johan de Witt-college in Den Haag. Voor iets anders had ik het nooit gedaan, maar voor popmuziek konden ze me vragen. En zo ontdekte ik dat ik het leuk vond om anderen iets te leren – mijn vak en mijn enthousiasme daarvoor over te dragen tenminste. Als ik wiskunde had moeten geven, was het niks geworden.
De ervaring leerde dat ik het ook kon, de interactie met de leerlingen. Dus na de popmuziek volgde workshops in flash-animatie en vervolgens coördineerde ik het workshopaanbod. Ik ging steeds meer nadenken over wat ik de deelnemers wilde leren en hoe ik dat met de andere docenten kon aanpakken. De positieve feedback van opdrachtgevers en leerlingen zorgde ervoor dat ik mezelf langzaam maar zeker ook als docent ging zien. Maar in de kern gaat het mij om de kunsten en de muziek, dat komt op de eerste plaats.

Ilse: Na mijn opleiding aan de kunstacademie kwam ik terecht op het Haags Kinderatelier, aanvankelijk als vrijwilliger. Zo raakte ik vertrouwd met het lesgeven aan kinderen, in kleine groepjes. Dat vond ik heel leuk om te doen. Ik geloof dat je een kind met kunsteducatie echt iets kunt geven. Net zoals je een kind iets kunt afnemen als je zijn creativiteit niet waardeert. Ik herinner me een voorval op de basisschool, waar ik in de handwerkles eigen borduursteken had bedacht. De euforie die ik voelde toen ik zelf iets nieuws maakte en ontdekte, te gek! De juf liet mijn werk voor de klas zien met de woorden: ‘Dit is dus hoe het niet moet’. Als kind accepteer je dat, maar het is me altijd bijgebleven.

Alles wat je met kinderen kunt doen, wat te maken heeft met verzinnen, met ontdekken, met een andere laag aanspreken in het kind – dat drijft me.

Ik heb met autistisch kinderen gewerkt, met allerlei bijzondere kinderen, op Rotterdamse scholen met kinderen ‘van de straat’. Ik ben niet toevallig gaan lesgeven naast het kunstenaarschap, maar intrinsiek gemotiveerd. Ik weet hoe het voor mezelf werkt en dat wil ik graag met anderen, met kinderen, delen. Je creëert je eigen tekeningen, je eigen wereld. Dat levert mij veel op. De kunst is een fijn eiland.

Alleen/samen

Michiel: Ilse en ik kenden elkaar als ateliergenoten, dat zijn we inmiddels 23 jaar. Voor het eerste project van K!K in 2004 zijn we op uitnodiging gaan samenwerken, min of meer bij toeval. Dat beviel eigenlijk meteen goed. Door de ervaring bij K!K gingen we ook voor andere opdrachtgevers samenwerken. In de kunsteducatie kun je gewoon beter met z’n tweeën voor de klas staan – vooral als je beeldend werkt. Daar komen veel vaardigheden, gereedschappen en materialen bij kijken. En kinderen kunnen sterk verschillen in hun vaardigheden of in de begeleiding die ze nodig hebben om op gang te komen in een creatief proces. Er is veel aandacht nodig en met z’n tweeën kun je die aandacht geven.

Ilse: Wij werken doorgaans wel op pittige scholen, met kinderen die nauwelijks met kunst en creativiteit worden opgevoed.

Michiel: Maar eigenlijk geldt het voor alle scholen, ook als we met leerlingen van een gymnasium werken. Die zijn slim en kunnen goed nadenken over elkaar en over de wereld. Maar ze willen in zo’n creatief proces meteen alles goed doen of hebben moeite met samenwerken. Dan ben je blij als je om de beurt een groepje kunt aansporen en dat ook allebei op je eigen manier doet.

Ilse: Als je alleen werkt, ga je lessen verzinnen waarmee je het praktisch in de hand kunt houden. Dan haal je niet zo snel een boormachine of decoupeerzaag tevoorschijn. Dan geef je jonge kinderen geen stanleymes. Dat gaat ten koste van het experiment, van de individuele aandacht die nodig is om een kind te helpen dat vastloopt. Het is geen luxe om echt contact te kunnen maken met een kind. Als je organisatorisch èn inhoudelijk kwaliteit wilt, is samenwerken als duo een enorm voordeel. Wij zijn daar zo van overtuigd dat het vanzelfsprekend is geworden dat je ons samen inhuurt. En dat is ook wel weer uniek.

Cognitie/creativiteit

Michiel: Er is iets fundamenteel geks aan het onderwijs, iets wat niet klopt met hoe wij als mensen in elkaar zitten. Er is teveel van het één en te weinig van het ander. Teveel van het cognitieve, resultaatgerichte, en te weinig van het creatieve. Bovendien ligt de nadruk op de verschillen tussen deze twee, er wordt niet gezocht naar een symbiose. Kunst en muziek zijn niet zaligmakend, wel bieden ze andere manieren van denken en met de wereld omgaan. Een manier die te waardevol is om te laten liggen. Maar dat doen we structureel wel door hoe het onderwijs is ingericht. Kinderen krijgen daardoor weinig ruimte voor hun eigen manier van denken en doen. Dat gaat ten koste van hun motivatie tot ontwikkeling. Ik heb me vaak afgevraagd waarom ik zo’n hekel had aan school. Het enige dat ik fijn vond was tekenen en verder met rust gelaten te worden tot ik weer naar buiten kon. Er werd gezegd dat ik niet kon knutselen, ik hield me niet aan de voorgeschreven opdracht. Net als Ilse bij het borduren.

Ilse: Ik kan me ineens voorstellen dat je een kunstenaar met atelierfunctie in de school hebt, net als een conciërge of een logopedist. Waar leerlingen terecht kunnen met hun creativiteit, voor respons op hun ideeën en kunstzinnige werk. Iemand die er voor dit soort kinderen is, om ze verder te helpen in hun talenten en interesses. Continuïteit. Dat zou wèl luxe zijn.

Ilse tijdens een les in de Kunsthal bij een expositie van Keith Haring (2015/2016).

Kunstproject/cultuuronderwijs

Ilse: Intensief werken met de kinderen geeft je de kans een band met ze op te bouwen. Dat is het voordeel van een aaneengesloten kunstproject met lessen van bijvoorbeeld 1,5 uur. Dan kun je op de pittige scholen ook meer doen. De kinderen moeten vertrouwen in je hebben, vertrouwen dat het samen lukt. Cultuuronderwijs zou in het reguliere curriculum opgenomen moeten zijn, maar ook in periodes van intensieve projecten. Elke week een uurtje tekenen is heel goed en moet zeker ook gebeuren. Maar alle vluchtige uurtjes handvaardigheid kun je soms beter opsparen tot een module met langere lessen. Dan is het de moeite waard om al dat gereedschap uit de kast te pakken en er een troep van te maken. Het kost niks extra, maar je verdeelt je tijd anders. Scholen vinden dat vaak een goed idee, maar hebben geen idee hoe ze het moeten organiseren in het jaarplan.

Michiel: Het gaat er mij niet om als kunstenaar in de klas te zijn, meer om creativiteit in het onderwijs. Ik noem steeds kunsteducatie, maar bedoel vooral creativiteit. We komen niet in de klas om ons vak of talent als kunstenaar te laten zien. Sommige kunsteducatiedocenten doen dat misschien teveel: de kinderen laten meeliften op hun talent. In onze eerste projecten bij K!K ging het daar ook wel om. Maar inmiddels denk ik er anders over. Je bent beeldend kunstenaar, maar als je voor de klas staat ben je vooral docent. Dat kan heel goed samenvallen. Ik vind het een creatieve uitdaging om iets te bedenken, een project of een lesprogramma waarmee je iets wilt bereiken binnen die educatie. Maar dan wil ik vervolgens wel met eigen ogen zien of het werkt in de praktijk. Hoe het beter kan. Ik geloof in het zelf ervaren, in relatie tot de kinderen. Maar ook in het stellen van doelen, het van tevoren maken van een lesplan en brainstormen, liefst direct met de opdrachtgever.

Michiel tijdens een les over Keith Haring in de Kunsthal (2015/2016).

 Talent/vaardigheid

Michiel: Te vaak wordt gedacht: taal en rekenen dat kun je leren, creatief dat ben je. Dat is natuurlijk helemaal niet waar. Bovendien kun je op een creatieve manier met rekenen en taal omgaan. Kunst en creativiteit worden als talent weggezet, daardoor krijgen die domeinen de kans niet om deel te worden van het lesprogramma. Terwijl ze de mogelijkheid bieden om op een andere manier informatie te verwerken dan alleen met je hoofd.

Het gaat om de verbinding tussen verbeelding en feiten, tussen kennis en creativiteit.

Ik had als kind niet af hoeven haken in het onderwijs als die verbinding was gemaakt. Dat is wat wij als kunstdocenten moeten laten zien. Daarom moeten we ook nadenken over de theoretische, onderwijskundige kant van onze lessen en projecten. We moeten een duizendpoot willen zijn en op een positieve manier een wig drijven in wat het onderwijs nu is. Om te laten zien dat dit niet de enige manier is. Er wordt beweerd dat kinderen zich niet meer kunnen focussen, dat ze niet langer dan 10 minuten aandacht voor je hebben. Dat is niet wat wij ervaren. In meer intensieve projecten, met een goed doordachte lesopbouw, is het heel goed mogelijk om met de kinderen een bepaalde flow of focus te bereiken. En zo laten we zien dan het anders kan, dat de kinderen anders kunnen.

Ilse: Goed gezegd Michiel!