Modelhond

In het weekend had ik een hondje te logeren, de Kooiker Ciep. Het was leuk om te ervaren wat een hond teweeg brengt in je gezin, bij de kinderen en bij jezelf: de vele wandelingen, de kippennekken in onze (vegetarische) keuken, het knuffelen en stoeien. Daarbij zagen mijn jongste zoon en ik onze kans schoon om te tekenen naar model. En Ciep was een mooi en geduldig model.

Dieren tekenen naar model

Als kind volgde ik klassieke tekenlessen bij De Werkschuit in Gouda. Buiten tekenden we schapen en ooit hadden we een haan op tafel in het tekenlokaal. Spannend! In mijn academietijd in Rotterdam ging ik naar Blijdorp om dieren te tekenen. Ook met mijn kinderen ben ik eindeloos in Blijdorp geweest en namen we vaak onze dummy’s mee.

Het tekenen van dieren vraagt een specifieke concentratie en aandacht. Anders dan voorwerpen en de meeste menselijke modellen, zijn ze volstrekt onvoorspelbaar. Ze gaan hun eigen gang en kunnen elk moment van houding en plaats veranderen – of zelfs helemaal uit het zicht verdwijnen. Het is dus altijd maar de vraag of je de kans krijgt om je tekening te voltooien. Voor kinderen (en volwassenen) met een grote behoefte aan controle of faalangst is dit dus een prachtige speelse oefening om daarmee te leren omgaan.
Bij het tekenen van dieren komt het erop aan veel en vlot te schetsen om gaandeweg de anatomie van het dier steeds beter te begrijpen. Ook het ‘optisch verkort ‘komt daarbij bod: hoe kan het dat die lange rug veel korter lijkt als het hondje met zijn kop naar ons toe ligt?

Kijk naar het dier, niet naar het papier

Goed leren en durven kijken, veel meer naar het model dan naar je tekening, is dus belangrijk. Michelle Dujardin legt uit hoe dat werkt in haar Zen Tekenboek: door bewust waar te nemen en het resultaat los te laten wordt het tekenen een meditatieve oefening. De oog-handcoördinatie wordt sterk geoefend bij deze manier van tekenen en daardoor gaat het op den duur vanzelf steeds beter. En dat versterkt het plezier dat het tekenen op zichzelf al is.

Dieren tekenen in de klas

Het tekenen van dieren kan je, ook op school, vrij eenvoudig organiseren en levert dus veel op: verbetering van de fijne motoriek, van de oog-handcoördinatie, flexibiliteit, proces- in plaats van resultaatgerichtheid en meditatieve ontspanning.

Hoe pak je het aan? Koppel het tekenen aan een spreekbeurt en vraag een leerling om zijn huisdier mee te nemen in de klas. Of ga naar de kinderboerderij, de schapenwei, de eendenvijver of de hondenuitlaatplaats in de buurt. Maak van plankjes of stevig karton met wasknijpers een ondergrond voor het papier. Gebruik alleen een goed schetspotlood, gum is niet nodig. En geef voldoende papier om veel schetsen te kunnen maken of wanneer nodig opnieuw te beginnen. Accepteer ook als leerkracht of docent dat het gaat om het proces, het plezier in het tekenen en beoordeel de tekeningen liever niet.

Filosoferen tot slot

Nadat iedereen zo aandachtig naar de dieren heeft gekeken is het natuurlijk ook leuk en interessant om na afloop te filosoferen over dieren. Bijvoorbeeld aan de hand van de volgende vragen:

  • Kunnen dieren denken? Waarom denk je dat?
  • Waar denken dieren aan? Denken dieren aan andere dingen dan mensen?
  • Denken dieren op dezelfde manier als mensen? Waarom (niet)?
  • Kunnen dieren begrijpen?
  • Is begrijpen hetzelfde als denken? Waarom (niet)?

 

 

Erasmus-Zine DIY

De derde Erasmus-zine die ik zou maken in de Centrale Bibliotheek Rotterdam bleef ergens steken. Maar het materiaal was klaar en daarom hier en nu beschikbaar als zelfmaker. Een activiteit om, met de zomervakantie glorend aan de horizon, na te denken over op reis gaan en je thuis voelen.

Wat is een zine?

Een zine is een klein, eenvoudig boekje – een mini-magazine – zelfgemaakt voor en door een groep mensen met een gezamenlijke interesse. Zines zijn gemakkelijk te vermenigvuldigen en te verspreiden, dus heel geschikt om je gedachten en ideeën mee te verspreiden.

Hoe maak je een zine?

De leukste en gemakkelijkste vorm voor een zine is volgens mij deze:

Wanneer ik met een groep of in een workshop zo’n zine maak, geef ik van tevoren vorm aan de voor- en achterkant. De deelnemers geven vervolgens invulling aan de inhoud van de zine.

De inhoud: ‘Daar voel ik me thuis’

Erasmus was vaak op reis. Soms was dat pure noodzaak: op de vlucht voor oorlog, de pest of persoonlijke bedreigingen. Maar vaker was hij onderweg om vrienden te bezoeken, kennis op te doen en te delen of zijn boeken te laten drukken. Erasmus had geen gezin en geen vast adres, in die zin had hij geen thuis. Hij zei daarover: ‘Waar ik mijn boeken heb, daar ben ik thuis’.

Wat je nodig hebt om je thuis te voelen, verschilt per persoon. Met de zomer in zicht is het leuk om daarover na te denken aan de hand van de volgende vragen:

  • Waarom gaan mensen op reis? Wat gebeurt er als je op reis gaat?
  • Wat kun je niet missen als je op reis gaat en neem je altijd met je mee?
  • Wat heb je nodig om je thuis te voelen?
  • Voel je je pas goed als je ook echt thuis bent, of kun je je overal thuis voelen?

Ook het oog op alle vluchtelingen in de wereld, in Nederland, is het een interessant thema om over na te denken – een oefening in empathie. Want stel dat je genoodzaakt zou zijn om je thuis te ontvluchten, wat is er dan nodig om je weer ergens thuis te kunnen voelen? Is veiligheid genoeg, of is dat pas het begin? Is het mogelijk om een nieuw thuis op te bouwen als je alles (en misschien ook iedereen) achter je hebt gelaten?

Erasmus-Zine 3 zelf maken

Om zelf de zine te maken (bijvoorbeeld in de klas) heb je het volgende nodig:

  • A3-papier
  • evt. prints van de koffer (op A6 formaat – zie onder)
  • kleurpotloden
  • tekenpotloden
  • wrijfletters, letterstempels, fine-liners
  • Pritt-stift
  • scharen (of thuis al uitknippen)
  • kopieerapparaat

Opdracht:
Erasmus had zijn boeken nodig om zich thuis te voelen. Wat neem jij altijd met je mee? Wat of wie kun je niet missen?
Vraag de deelnemers hun gedachten hierover weer te geven in een kort gedicht, een elf of een mooie zin. Laat ze de tekst passend vormgeven of illustreren in de afbeelding van de koffer:

Vouw het A3-papier in 8 vakken. Plak 6 koffers (of A6 pagina’s) per zine op de binnenpagina’s  en maak er een passende titelpagina en achterkant bij. Kopieer de zines op A3-formaat. Knip en vouw tot er een boekje ontstaat.

 

Saaie boel? Ben je mal! Leuke boeken zijn overal

Zin in dr. Seuss

Het eerste boek dat ik als vierjarige zelf las was ‘Pim en de vis’. Mijn zus leerde lezen in de eerste klas en dat leek me ook wel wat. Dat Pim en zijn vis weinig boeiends meemaakten mocht de pret niet drukken. Sindsdien lees ik alles wat los en vast zit. Voor mijn werk bestaat dat uit jeugdliteratuur en -poëzie en veel vakliteratuur. Met mijn leesclub lees ik Nederlandse en vertaalde literatuur. En thuis bestook ik mijn kinderen met leesvoer, in de hoop dat zij eveneens enthousiaste lezers worden. Dus verzamelen en ruilen we boeken waar we kunnen: in de bibliotheek, op rommelmarkten, in kringloopwinkels, in ruilboekenkasten, de fijne Leeszaal in Rotterdam-West en natuurlijk ook in boekhandels en op internet. En dat werkt prima: mijn oudste heeft immer grote stapels boeken en strips op zijn nachtkastje liggen. De jongste maakt net de overstap van plaatjes kijken naar spellend en radend lezen. En zo hadden we, de beginnende lezer en ik, ineens weer veel zin in Dr. Seuss. Daarom deze week inspiratie voor het tekenen, lezen en filosoferen met deze Amerikaanse schrijver/illustrator.

Lezen gaat goed met de kat met de hoed

Dr. Seuss is het pseudoniem van Theodor Seuss Geisel, die leefde van 1904 tot 1991. Hij schreef al enkele kinderboeken en gedichten (die nog weinig weerklank vonden) voor zijn bestseller De kat met de hoed in 1957 verscheen.

Dr. Seuss schreef dit boek in opdracht van een grote educatieve uitgeverij, Houghton Mifflin. Uit onderzoek was gebleken dat kinderen vaak niet goed leerden lezen omdat ze hun boeken saai vonden. William Spaulding, een van de redacteuren van de uitgeverij, had een lijst met woorden opgesteld die jonge kinderen zouden moeten kennen. Hij vroeg Dr. Seuss om 250 van deze woorden te verwerken in een verhaal dat onmogelijk saai genoemd kon worden. Negen maanden later had Seuss 236 van de woorden verwerkt in De kat met de hoed.
Het boek werd een groot succes en leidde ertoe dat Seuss zich volledig ging toeleggen op het schrijven en illustreren van kinderboeken, waaronder mijn favorieten Groene eieren met ham, De Fnuiken, Een dans op Jans en Op de wonderlijkste plaatsen.
Dankzij de originele tekeningen, tijdloos vreemde figuren en het humoristisch en ritmisch taalgebruik zijn de boeken van dr. Seuss nog altijd aantrekkelijk voor beginnende lezers. Ze zijn in het Nederlands bovendien klinkend vertaald door Bette Westera.

Tekenen met Dr. Seuss

Zelf tekenen in de stijl van dr. Seuss? Laat je inspireren:

Filosoferen met dr. Seuss

De vervreemdende wereld van dr. Seuss biedt niet alleen veel taal- en kijkplezier, maar ook aanknopingspunten om verder te denken. Zoals het boek Op de wonderlijkste plaatsen, dat vertelt hoe je in je leven voor keuzes komt te staan, beslissingen neemt en tegenslagen kunt overwinnen.

Het boek spoort je aan om niet op te geven en je beste voet voor te zetten. Want dan kun je bergen verzetten. Maar soms weet je even niet hoe het verder moet en kom je “op een plaats waar mensen wachten” (p.32):

Zo kom je even later
op een plaats waar mensen wachten.
Op sneeuw of op de trein
of op een heldere gedachte.
Of tot de koning heeft gebeld,
of tot de vissen bijten.
Of tot het vrijdagavond is,
of tot hun schoenen slijten.
Of tot het wil gaan waaien,
of tot hun haar gaat groeien.
Of tot het water koken zal,
of op de andere koeien.
Of tot de ander eerst iets zegt,
of tot een uur of negen.
Of tot er iemand opendoet,
of op een buitje regen.

Dit fragment leent zich prima als inleiding om te filosoferen over de thema’s wachten en geduld, bijvoorbeeld aan de hand van de volgende vragen (geschikt voor kinderen van groep 2 t/m 5):

  • Ken je voorbeelden van plaatsen waar mensen moeten wachten?
  • Wat betekent wachten?
  • Waarom lijkt wachten soms langer of korter te duren dan het in werkelijkheid is? Ken je een voorbeeld?
  • Is wachten moeilijk? Waarom (niet)? Is het voor iedereen even moeilijk of makkelijk? Hoe komt dat?
  • Heb je geduld nodig om te kunnen wachten? Wat is geduld?
  • Heeft het altijd zin om geduldig af te wachten? Of is het soms beter om ongeduldig te zijn? Waarom (niet)?

Ook zin gekregen in dr. Suess?