Waar blijft de tijd?

Voorbije tijd verdwijnt in zwarte gaten.
Zo gaat het en zo zal het altijd gaan.
Vandaag verdwijnt. Je doet er weinig aan.
Die gaten zijn oneindig hol
en nog bij lange na niet vol.
Je moet voorbije tijd toch ergens laten?

Bette Westera

Februari is verdwenen in een van de zwarte gaten en zo is het ineens maart. Wat is dat met de winter? Korte dagen, lange uren, veel te doen. Gelukkig was er in alle drukte wel tijd om het grappige, filosofische boek ‘Was de aarde vroeger plat?’ van Bette Westera te lezen en te genieten van de illustraties van Sylvia Weve.

Het boek stelt 36 onderzoekende vragen, weergegeven in een inhoudsopgave. Opvallend is dat veel van de vragen over tijd en ruimte gaan, over het mysterie daarvan: ‘Hoe weet je dat de tijd bestaat?’, ‘Houdt de ruimte ergens op?’, ‘Hoe lang duurt de toekomst?’ en ‘Kan de tijd verdwijnen?’
In andere filosofische vragenbundels voor kinderen, zoals die van Oscar Brenifier, is de leefwereld van het kind meer het vertrekpunt. In dit boek is er slechts één vraag waar ‘ik’ in voorkomt: ‘Waarom ben ik mijn broertje niet?’. De overige vragen zijn opvallend abstract: ‘Wanneer begint iets?’of ‘Waar blijft de tijd’?

Westera geeft antwoord op de vragen in gedichten, en Weve verrijkt die antwoorden met haar beelden. Want volgens de makers is dat de soms beste manier:

Er zijn vragen
die om een antwoord vragen
Er zijn ook vragen
die vragen
om een versje
een gedicht
een schilderij
Vragen die vragen
om iets
wat dartel om ze heen kan draaien
zoals de aarde
eeuwig om zijn as

Daarmee is dit boek een mooi voorbeeld van de verschillende manieren waarop je filosofische vragen kunt beantwoorden. In gesproken taal, in dialoog, maar zeker ook in literatuur, poëzie, theater en beeld.
Toevallig las ik gisteren in dagblad Trouw een recensie van het boek ‘Er zit iets achter. Over filosofie en kunst’ door Arthur d’Ansembourg.  D’Ansembourg gaat ervan uit dat beeldende kunst een ‘impliciete filosofie’ bevat en op intuïtieve wijze en met visuele middelen antwoord geeft op dezelfde soort vragen als filosofen stellen. Hetzelfde uitgangspunt gaat schuil achter mijn werkwijze van het Atelier van de Verbeelding, waar kinderen vanuit het filosofisch gesprek hun ideeën in taal en beeld vormgeven. Niet letterlijk, maar in hun expressie gevoed door de filosofisch vragen die we onderzoeken.

Het mooie boek van Westera en Weve is inspirerend materiaal om alsnog zèlf op zoek te gaan naar antwoorden op de gestelde vragen, bijvoorbeeld in een filosofische dialoog in de klas. Maar ook om kinderen die geoefend zijn in het filosoferen in dialoog juist uit te dagen om hun antwoorden vorm te geven in creatieve taal en beeld. Niet slechts als verwerking van het gesprek, maar als kunstopdracht.
Kortom, voor leerkrachten, kunsteducatiedocenten en ouders van onderzoekende kinderen een echte aanrader!

 

 

DIY: gedichten schrijven in de klas

Zoals beloofd in de vorige post geeft Annelies Goedhart een handige hand-out om zelf gedichten te schrijven in de klas. Dat past mooi bij de Poëzieweek die start op 25 januari, maar kan natuurlijk ook op elk ander moment. Het stappenplan van Annelies geeft bovendien inzicht in hoe je zelf een les poëzieschrijven zou kunnen voorbereiden.
Dichten maar!

Een gedicht over deel en geheel

Het onderstaande gedicht ‘Genoeg’ van Hans en Monique Hagen is een beeldende tekst over deel en geheel, over jezelf en de wereld om je heen. De vorm en inhoud geven inspiratie voor het schrijven van een zogenoemd imitatio-gedicht, aan de hand van de 3 stappen die hieronder zijn beschreven. Tot slot is een korte suggestie gegeven voor een groepsgedicht.

Genoeg

duizend bomen is een bos
duizend druppels is de regen
duizend sprietjes is het gras
maar

hoeveel woorden heb ik
hoeveel belletjes van spuug
hoeveel tranen, hoeveel lach
hoeveel poep en hoeveel plas
hoeveel kusjes voor de nacht
zal ik nog krijgen en nog geven

genoeg
voor heel mijn leven

Hans en Monique Hagen (uit: Jij bent de liefste, Querido, 2000)

Stap 1: Het gedicht lezen en bespreken

Lees het gedicht in de groep een paar keer door en voor –
eerst de leerkracht, daarna enkele kinderen. Vraag je samen af:

  • Waar gaat de eerste helft van het gedicht over?
  • Waar gaat de tweede helft van het gedicht over?
  • Wat valt je op aan hoe het gedicht is geschreven, aan de vorm en aan de woorden?
Stap 2: creatief denken

Voor je een gedicht gaat schrijven helpt het om eerst creatief te denken over wat je wilt vertellen, over woorden en over zinnen. Dat kun je doen aan de hand van de volgende vragen.

Vragen bij de eerste helft van het gedicht:

  • één boom is een boom en ‘duizend bomen is een bos’
    Wat kunnen duizend bomen nog meer zijn? Waar zie je duizend bomen bij elkaar?
    Duizend bomen is . . . . . . . . .
  • één druppel is een druppel en ‘duizend druppels is de regen’
    Wat kunnen duizend druppels nog meer zijn?
    Duizend druppels is . . . . . . . . .
  • Kun je zelf een zin bedenken over de natuur? Denk aan stenen, blaadjes, sterren, vissen, vogels, koeien, wolven, mensen.
    Duizend . . . . . . . . . . . . is . . . . . . . . . . . . .

Vragen bij de tweede helft van het gedicht:

  • Kijk naar je lichaam. Uit welke delen bestaat je lichaam? Wat zit er allemaal in je lichaam?
  • Kun je zelf een nieuwe zin bedenken zoals in de tweede helft van het gedicht?
    Hoeveel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . heb ik?

Vragen voor de afronding van het gedicht:

  • Wat kan je krijgen van iemand en geven aan iemand?
  • Wat vind je zelf leuk om te krijgen?
    Bedenk een pakkende laatste zin voor je gedicht.
Stap 3: schrijven en voordragen

Schrijf nu, met behulp van alles wat je bij stap 2 hebt bedacht, je gedicht.
Gebruik eventueel dit werkblad.
Draag tenslotte de gedichten aan elkaar voor. Maak daarbij gebruik van de volgende drie tips:

  1. Sta stevig met je voeten op de vloer en haal rustig adem;
  2. Houd je tekst met twee handen vast voor je buik. Zo kun je contact houden met het publiek en kan iedereen je goed horen;
  3. Speel bij het voordragen met je stemgeluid en gezichtsuitdrukking.
Suggestie: een groepsgedicht

Bespreek het inspiratiegedicht (zie stap 1) en bedenk, individueel en samen, eigen zinnen aan de hand van de vragen in stap 2. Schrijf de zinnen op strookjes papier.
Lees de zinnen aan elkaar voor. Kies een aantal zinnen uit en maak daaruit, door de strookjes onder elkaar te leggen, een groepsgedicht. Speel en puzzel met de zinnen tot je de meest krachtige volgorde hebt gevonden.

 

Meer poëzie in de klas?

Wil je een workshop van Annelies in de klas? Kijk dan op www.drukjeuit.nl.

Meer mooie gedichten van Hans en Monique Hagen:

 

 

Saaie boel? Ben je mal! Leuke boeken zijn overal

Zin in dr. Seuss

Het eerste boek dat ik als vierjarige zelf las was ‘Pim en de vis’. Mijn zus leerde lezen in de eerste klas en dat leek me ook wel wat. Dat Pim en zijn vis weinig boeiends meemaakten mocht de pret niet drukken. Sindsdien lees ik alles wat los en vast zit. Voor mijn werk bestaat dat uit jeugdliteratuur en -poëzie en veel vakliteratuur. Met mijn leesclub lees ik Nederlandse en vertaalde literatuur. En thuis bestook ik mijn kinderen met leesvoer, in de hoop dat zij eveneens enthousiaste lezers worden. Dus verzamelen en ruilen we boeken waar we kunnen: in de bibliotheek, op rommelmarkten, in kringloopwinkels, in ruilboekenkasten, de fijne Leeszaal in Rotterdam-West en natuurlijk ook in boekhandels en op internet. En dat werkt prima: mijn oudste heeft immer grote stapels boeken en strips op zijn nachtkastje liggen. De jongste maakt net de overstap van plaatjes kijken naar spellend en radend lezen. En zo hadden we, de beginnende lezer en ik, ineens weer veel zin in Dr. Seuss. Daarom deze week inspiratie voor het tekenen, lezen en filosoferen met deze Amerikaanse schrijver/illustrator.

Lezen gaat goed met de kat met de hoed

Dr. Seuss is het pseudoniem van Theodor Seuss Geisel, die leefde van 1904 tot 1991. Hij schreef al enkele kinderboeken en gedichten (die nog weinig weerklank vonden) voor zijn bestseller De kat met de hoed in 1957 verscheen.

Dr. Seuss schreef dit boek in opdracht van een grote educatieve uitgeverij, Houghton Mifflin. Uit onderzoek was gebleken dat kinderen vaak niet goed leerden lezen omdat ze hun boeken saai vonden. William Spaulding, een van de redacteuren van de uitgeverij, had een lijst met woorden opgesteld die jonge kinderen zouden moeten kennen. Hij vroeg Dr. Seuss om 250 van deze woorden te verwerken in een verhaal dat onmogelijk saai genoemd kon worden. Negen maanden later had Seuss 236 van de woorden verwerkt in De kat met de hoed.
Het boek werd een groot succes en leidde ertoe dat Seuss zich volledig ging toeleggen op het schrijven en illustreren van kinderboeken, waaronder mijn favorieten Groene eieren met ham, De Fnuiken, Een dans op Jans en Op de wonderlijkste plaatsen.
Dankzij de originele tekeningen, tijdloos vreemde figuren en het humoristisch en ritmisch taalgebruik zijn de boeken van dr. Seuss nog altijd aantrekkelijk voor beginnende lezers. Ze zijn in het Nederlands bovendien klinkend vertaald door Bette Westera.

Tekenen met Dr. Seuss

Zelf tekenen in de stijl van dr. Seuss? Laat je inspireren:

Filosoferen met dr. Seuss

De vervreemdende wereld van dr. Seuss biedt niet alleen veel taal- en kijkplezier, maar ook aanknopingspunten om verder te denken. Zoals het boek Op de wonderlijkste plaatsen, dat vertelt hoe je in je leven voor keuzes komt te staan, beslissingen neemt en tegenslagen kunt overwinnen.

Het boek spoort je aan om niet op te geven en je beste voet voor te zetten. Want dan kun je bergen verzetten. Maar soms weet je even niet hoe het verder moet en kom je “op een plaats waar mensen wachten” (p.32):

Zo kom je even later
op een plaats waar mensen wachten.
Op sneeuw of op de trein
of op een heldere gedachte.
Of tot de koning heeft gebeld,
of tot de vissen bijten.
Of tot het vrijdagavond is,
of tot hun schoenen slijten.
Of tot het wil gaan waaien,
of tot hun haar gaat groeien.
Of tot het water koken zal,
of op de andere koeien.
Of tot de ander eerst iets zegt,
of tot een uur of negen.
Of tot er iemand opendoet,
of op een buitje regen.

Dit fragment leent zich prima als inleiding om te filosoferen over de thema’s wachten en geduld, bijvoorbeeld aan de hand van de volgende vragen (geschikt voor kinderen van groep 2 t/m 5):

  • Ken je voorbeelden van plaatsen waar mensen moeten wachten?
  • Wat betekent wachten?
  • Waarom lijkt wachten soms langer of korter te duren dan het in werkelijkheid is? Ken je een voorbeeld?
  • Is wachten moeilijk? Waarom (niet)? Is het voor iedereen even moeilijk of makkelijk? Hoe komt dat?
  • Heb je geduld nodig om te kunnen wachten? Wat is geduld?
  • Heeft het altijd zin om geduldig af te wachten? Of is het soms beter om ongeduldig te zijn? Waarom (niet)?

Ook zin gekregen in dr. Suess?

 

 

 

 

Collagedicht

Nogmaals een post over gedichten. Geïnspireerd door de Poëzieweek en omdat gedichten zo fijn zijn om mee te werken. Alles zit er wel zo’n beetje in: het spelen met taal, verbeeldingskracht, filosofische gedachtesprongen…

Een beknopte handleiding voor het maken van poëzie-collages. Immers, het knippen en plakken gaat ook in het schoolse leven vooraf aan de edele kunst van het schrijven.

 

Stap 1: Maak een verzameling zinsdelen uit gedichten – als knipvel.

Stap 2: Laat de collagedichters knippen, schuiven en plakken tot ze hun definitieve tekst hebben gevonden.

Stap 3: Geef de collagedichten vorm, bijvoorbeeld op een eerder gemaakt beeld, met een beeldcollage of in een illustratie.

Humor: Shel Silverstein

Grappige dichters

Er zijn veel grappige dichters in Nederland. Annie M.G. Schmidt, Edward van de Vendel, Ted van Lieshout, Joke van Leeuwen en Erik van Os, om er maar een paar te noemen. Er valt hier best wat te lachen. Ook met Jules Deelder, die het Poëziegeschenk schreef.
Maar als tip voor de klas in de Poëzieweek 2017 (van 26 januari tot 1 februari), die als thema Humor heeft, vraag ik jullie aandacht voor de Amerikaanse schrijver, dichter en tekenaar Shel Silverstein. Hij is in Nederland vooral bekend dankzij zijn prentenboek De gulle boom, het tweede van zijn hand dat werd uitgegeven – in 1964.

Silverstein werd geboren in 1930, groeide op in Chicago. Hij werd cartoontekenaar, schrijver, dichter, singer-songwriter, muzikant. Zijn gedichten, maar ook zijn tekeningen, kenmerken zich door humor: door het taalgebruik, het taalspel en de interactie tussen tekst en tekeningen. Tussen alle grappigheid door is er ook vaak nog iets om dieper over na te denken.

Drie gedichten – lezen, filosoferen en illustreren

Onderstaand drie humoristische gedichten van Shel Silverstein, om (voor) te lezen. Vervolgens kun je aan de hand van de filosofische vragen samen nadenken over humor. Tot slot een tutorial om bij de gedichten grappige illustraties te maken in de stijl van Silverstein.

Zeg

Zeg dat ik fantastisch ben,
Briljant, gevat, sociaal,
Gevoelig, handig, grappig en
Bijzonder geniaal.
Zeg dat je zo’n wonderkind
Als ik maar zelden ziet.
Zeg dat je me super vindt,
Maar liegen mag je niet.

Gedicht: Shel Silverstein
Vertaling: Marjolein Kool
Uit: ‘Ik val omhoog’ (Uitgeverij De Fontein, Baarn 1998)

Ze zeggen

Ik heb mijn opa’s ogen,
Mijn neus is van mijn pa,
Mijn haar is van mijn moeder,
Dat roept iedereen me na.
Ik ben steeds van een ander,
Dat vind ik zo gemeen.
Straks is alleen mijn achterwerk
Het werk van mijn alleen.

Gedicht: Shel Silverstein
Vertaling: Marjolein Kool
Uit: ‘Ik val omhoog’ (Uitgeverij De Fontein, Baarn 1998)

Vreemd restaurant

Ik zei: ik blief een stukje bief.
En zachtjes klonk het: boe.
Toen keek ik op en schrok me rot,
De kelner was een koe.

Ik schreeuwde: nee! Bief? Weg ermee!
Maar kip laat ik niet staan.
Toen hoorde ik: dat pik ik niet.
De barman was een haan.

Ik zuchtte: fout, geen kippenbout,
Als er maar zeebaars is.
Toen keek ik door de keukendeur:
De chef-kok was een vis.

Ik gilde: is hier alles vis,
Gevogelte of rund?
Dan wil ik enkel een dessert,
Ik neem een slagroompunt.
Oh nee, zei men toen zeer bezwaard,
De directrice is een taart.

Gedicht: Shel Silverstein
Vertaling: Frank van Pamelen
Uit: ‘Ik val omhoog’ (Uitgeverij De Fontein, Baarn 1998)

Filosoferen over humor

Startvragen:

  • Welke van de drie gedichten vind je het grappigst? Waarom is dat?
  • Is er ook een gedicht bij dat je niet (zo) grappig vindt? Hoe komt dat?

Verdiepingsvragen:

  • Wat betekent humor?
  • Wanneer heeft iemand gevoel voor humor?
  • Is gevoel voor humor ergens goed voor? Waarom vind je dat?
  • Hoe kan het dat niet iedereen hetzelfde grappig vindt?
  • Bestaat er iets wat iedereen grappig vindt?
  • Wat vind je grappiger: de werkelijkheid of fantasie? Waarom?
Illustreren: Laat je inspireren door Shel Silverstein