Kinderboekenweek 2018

Filosoferen tijdens de Kinderboekenweek

Kom erbij! luidt het thema van de Kinderboekenweek 2018. Dat geldt zeker voor de filosofische dialoog. Want filosoferen doe je het beste samen. Vanuit FILOSOFEREN OP SCHOOL geef ik jaarlijks een inspiratieworkshop voor scholen en bibliotheken rondom het thema van de Kinderboekenweek. Dit jaar is dat Vriendschap en daar vallen gelukkig weer heel diverse invalshoeken bij de bedenken, zoals trouw, loyaliteit, ontmoeten, zelfkennis, delen, liefde, ruzie, afscheid, talent en groei.

Ik heb vanmorgen zo’n 30 boeken uitgepakt om te lezen ter voorbereiding op de Kinderboekenweek: kerntitels van CPNB, recente en klassieke aanvullingen daarop, prentenboeken en gedichten. Bij deze boeken maak ik gespreksmateriaal dat beschikbaar zal zijn in de database op de website.

Eerst even tekenen…

Een deel van stapel boeken heb ik eerst gebruikt om na te tekenen. Afgelopen vrijdag volgde ik namelijk de fijne en leerzame illustratieworkshop ‘Show en tell’ van Sabine Wisman. Dan kun je op maandagmorgen wel direct met je neus in de boeken duiken, maar liever eerst even het geleerde in praktijk gebracht.

 

Lesbrief Erasmus Experience

Ik was druk in deze eerste maanden van het nieuwe jaar. Met fijne opdrachten waarvan ik graag de resultaten laat zien. Ten derde: een lesbrief voor de Erasmus Experience.

Voor de Erasmus Experience in de Centrale Bibliotheek Rotterdam maakte ik eerder al het educatieprogramma Filosoferen met Erasmus.
Ook was ik betrokken bij de opening in september 2016 door
Koning Willem-Alexander, in een project met OBS Het Landje.
Hoe dat was lees je in mijn eerste blogs.

De Erasmus Experience nodigt de bezoeker uit om naar de wereld te kijken zoals Erasmus dat deed en (inter)actief kennis te maken met zijn gedachtegoed – door met Erasmus in dialoog te gaan, zelf na te denken en een mening te vormen over de onderwerpen die hem bezig hielden.

Een bezoek aan de Erasmus Experience is meer dan een tentoonstellingsbezoek. Het vraagt van de leerlingen denk- en dialoogvaardigheden. Prettig dus als de bezoekende leerkrachten en leerlingen daarop een goede voorbereiding hebben in de klas. Zodat ze nog beter kunnen ervaren wat de kritische dialoog en meningsvorming inhoudt. Daarom is er nu een lesbrief ontwikkeld die de groepen een korte en krachtige start geeft.

Behalve particuliere bezoekers en gezelschappen hebben inmiddels ruim 100 schoolklassen de experience bezocht. Die mijlpaal werd uiteraard gevierd.

Ook een bezoek brengen aan de Erasmus Experience? Kijk op Erasmushoudtjescherp voor bezoekersinformatie. Scholen vinden hier informatie over het educatieaanbod.

 

 

 

 

 

 

 

Waar blijft de tijd?

Voorbije tijd verdwijnt in zwarte gaten.
Zo gaat het en zo zal het altijd gaan.
Vandaag verdwijnt. Je doet er weinig aan.
Die gaten zijn oneindig hol
en nog bij lange na niet vol.
Je moet voorbije tijd toch ergens laten?

Bette Westera

Februari is verdwenen in een van de zwarte gaten en zo is het ineens maart. Wat is dat met de winter? Korte dagen, lange uren, veel te doen. Gelukkig was er in alle drukte wel tijd om het grappige, filosofische boek ‘Was de aarde vroeger plat?’ van Bette Westera te lezen en te genieten van de illustraties van Sylvia Weve.

Het boek stelt 36 onderzoekende vragen, weergegeven in een inhoudsopgave. Opvallend is dat veel van de vragen over tijd en ruimte gaan, over het mysterie daarvan: ‘Hoe weet je dat de tijd bestaat?’, ‘Houdt de ruimte ergens op?’, ‘Hoe lang duurt de toekomst?’ en ‘Kan de tijd verdwijnen?’
In andere filosofische vragenbundels voor kinderen, zoals die van Oscar Brenifier, is de leefwereld van het kind meer het vertrekpunt. In dit boek is er slechts één vraag waar ‘ik’ in voorkomt: ‘Waarom ben ik mijn broertje niet?’. De overige vragen zijn opvallend abstract: ‘Wanneer begint iets?’of ‘Waar blijft de tijd’?

Westera geeft antwoord op de vragen in gedichten, en Weve verrijkt die antwoorden met haar beelden. Want volgens de makers is dat de soms beste manier:

Er zijn vragen
die om een antwoord vragen
Er zijn ook vragen
die vragen
om een versje
een gedicht
een schilderij
Vragen die vragen
om iets
wat dartel om ze heen kan draaien
zoals de aarde
eeuwig om zijn as

Daarmee is dit boek een mooi voorbeeld van de verschillende manieren waarop je filosofische vragen kunt beantwoorden. In gesproken taal, in dialoog, maar zeker ook in literatuur, poëzie, theater en beeld.
Toevallig las ik gisteren in dagblad Trouw een recensie van het boek ‘Er zit iets achter. Over filosofie en kunst’ door Arthur d’Ansembourg.  D’Ansembourg gaat ervan uit dat beeldende kunst een ‘impliciete filosofie’ bevat en op intuïtieve wijze en met visuele middelen antwoord geeft op dezelfde soort vragen als filosofen stellen. Hetzelfde uitgangspunt gaat schuil achter mijn werkwijze van het Atelier van de Verbeelding, waar kinderen vanuit het filosofisch gesprek hun ideeën in taal en beeld vormgeven. Niet letterlijk, maar in hun expressie gevoed door de filosofisch vragen die we onderzoeken.

Het mooie boek van Westera en Weve is inspirerend materiaal om alsnog zèlf op zoek te gaan naar antwoorden op de gestelde vragen, bijvoorbeeld in een filosofische dialoog in de klas. Maar ook om kinderen die geoefend zijn in het filosoferen in dialoog juist uit te dagen om hun antwoorden vorm te geven in creatieve taal en beeld. Niet slechts als verwerking van het gesprek, maar als kunstopdracht.
Kortom, voor leerkrachten, kunsteducatiedocenten en ouders van onderzoekende kinderen een echte aanrader!

 

 

Kunnen kleuters filosoferen?

In mijn vorige post gaf ik tips voor het filosoferen tijdens de Nationale Voorleesdagen, bedoeld voor de groepen 1 tot en met 4. En ik stelde daarbij direct de vraag of dat kan, een filosofisch gesprek met jonge kinderen. Is het niet te lastig voor kleuters om zo’n gesprek te voeren? Kun je dan al echt spreken van filosoferen? Kunnen jonge kinderen dat überhaupt, filosoferen? Vandaag ga ik daar graag op in, want het zijn vragen die ook mij en scholen waarop ik werk bezighouden.

Filosoferen met jonge kinderen, kan dat wel?

Er is bij scholen de laatste jaren steeds meer belangstelling voor het filosoferen met kleuters. Dat is opvallend te noemen, omdat de vaardigheden die horen bij het filosoferen bij jonge kinderen over het algemeen nog beperkt zijn. De aard, mogelijkheden en opbrengst van een filosofisch gesprek zijn afhankelijk van de leeftijds- cq. ontwikkelingsfasen waarin de leerlingen zich bevinden. Immers, aspecten als taalvaardigheid, de ontwikkeling van het abstract denken en van moraliteit en rechtvaardigheidsgevoel zijn van belangrijke invloed op het gesprek.

De taalontwikkeling en sociale vaardigheden van kleuters zijn nog volop in ontwikkeling en het abstract denken, onmisbaar in het daadwerkelijk filosoferen, is vaak pas aanwezig rond het achtste jaar. Doorgaans verandert het denken van kinderen sterk na de kleutertijd – er vindt een ontwikkeling plaats van associatief denken naar het herkennen van denkbeelden en er is een begin van moreel bewustzijn. Rond het achtste levensjaar zijn de meeste kinderen in staat om in abstracties te denken en dieper betekenis te geven aan begrippen. Daarmee verwerven zij de belangrijkste voorwaarden om te kunnen filosoferen. Uiteraard is het mogelijk dat meer begaafde kleuters deze denk- en taalvaardigheden sneller ontwikkelen.

Het niveau van het filosofisch gesprek

Niet alleen bij kleuters of kinderen in het algemeen, maar voor elke (filosofische) dialoog met elke willekeurige groep geldt dat het niveau van het gesprek samenhangt met het gezamenlijk niveau van de groep op dat moment. Die niveauverschillen betreffen de volgende domeinen: het algemeen kennisniveau, levenservaring, denkvaardigheden, taalvaardigheden en gespreksvaardigheden. Elk filosofisch gesprek is daardoor anders van kwaliteit, zelfs wanneer je steeds met dezelfde groep zou filosoferen. Door de snelle ontwikkeling die kinderen doormaken, loopt het gespreksniveau sterk uiteen op verschillende leeftijden. Voor meer inzicht licht ik de verschillende domeinen nader toe.

Kennisniveau en levenservaring
Wanneer de leerlingen gezamenlijk een onderwerp onderzoeken, brengen zij kennis en voorbeelden (levenservaring) in. Hoe meer kennis en ervaring er over een bepaald onderwerp of thema is opgedaan, hoe meer invalshoeken er mogelijk zijn voor onderzoek.

Denkvaardigheden
De mate waarin de deelnemers in staat zijn om in het gesprek de overgang te maken van particuliere voorbeelden naar algemene wetmatigheden, of van concrete uitspraken naar abstracte ideeën, bepalen de verdieping in het gesprek. De filosofische kwaliteit van het gesprek hangt hiermee samen.
Het abstract denkvermogen van kinderen ontwikkelt zich gemiddeld vanaf het achtste jaar. De mate waarin filosofisch denkvaardigheden zich ontwikkelen heeft meer te maken met belangstelling voor filosoferen en zeker ‘filosofisch talent’ dan met de intelligentie van het kind (Rondhuis, 2005). Vanzelfsprekend nemen de denkvaardigheden toe wanneer de leerlingen vaker filosoferen.

Taalvaardigheden
Taal is het middel waarmee we filosoferen. Kinderen met een beperkte (Nederlandse) taalvaardigheid of woordenschat zullen meer moeite hebben hun gedachten onder woorden te brengen, de vragen goed te begrijpen of om de inbreng van anderen te volgen. Verschillen in taalvaardigheid bepalen het gespreksniveau in bijvoorbeeld groepen met een grote culturele diversiteit of met duidelijke (mentale) leeftijdsverschillen, zoals bij kleutergroepen 1/2. De dialoog is een speelse en natuurlijke werkvorm om de taalvaardigheid te bevorderen.

Gespreksvaardigheden
Hoe beter een groep qua gespreksvaardigheden op elkaar is ingespeeld, des te meer mogelijkheden er zijn tot gezamenlijk onderzoek. De gespreksvaardigheden van de kinderen bepalen of het gesprek soepel verloopt en of iedereen gelijke kansen krijgt in het gesprek. Van jonge kinderen verwachten we vaak te snel dat zij begrijpen wat het gesprekskader is en wat de sociale codes van gespreksvoering zijn. Bij kinderen tot 8 jaar is dat echter niet realistisch (M. Delfos, 2014). Als gespreksleider zal je steeds de kaders en codes moeten toelichten en oefenen, en de inspanning die jonge kinderen leveren om een gesprek te voeren op waarde moeten schatten. Het voeren van de dialoog is een goede manier om gespreksvaardigheden te oefenen.
Ook wanneer kinderen ouder worden en meer zicht hebben op de sociale codes en kaders van een gesprek zullen zij de benodigde vaardigheden voor gesprekken opdoen door te oefenen. De sociale kwaliteiten van de kinderen zijn medebepalend voor de mate waarin zij zich in een gesprek kunnen inleven en aanpassen aan anderen.

Voorbereidend filosoferen

Toch is het zeker leuk en zinvol om met jonge kinderen filosofische gesprekken te voeren! Ten eerste omdat juist jonge kinderen zich kunnen verbazen en verwonderen over de wereld om hen heen. Ze stellen zich steeds de vraag waarom de dingen zijn zoals ze zijn. En ze hebben heel eigen, authentieke verklaringen voor wat ze zien, horen en ervaren. Bovendien oefenen de leerlingen diverse vaardigheden in de filosofische dialoog: zelfstandig nadenken over vragen, begrijpend luisteren, sociale interactie, respect en waardering opbrengen voor andere meningen. Ze leren hun gedachten, gevoelens en ideeën onder woorden te brengen. Door deze vaardigheden te oefenen en het plezier in de dialoog op te bouwen, leg je een basis voor het verdiepend filosoferen in de volgende schooljaren. Je zou in die zin kunnen spreken van voorbereidend filosoferen.

Aansluiten

Hoe sluit je, vanuit dit uitgangspunt, met je materialen, doelen en verwachtingen van het filosoferen goed aan bij de ontwikkelingsfase van het jonge kind?

Zoals genoemd is het abstract denken, onmisbaar in het daadwerkelijk filosoferen,bij kleuters bovendien nog niet ontwikkeld. In die zin kan er dus nog geen sprake zijn van filosoferen. Het is daarom belangrijk dat je realistisch bent in je verwachtingen ten aanzien van het gesprek en de denkvaardigheden van kleuters. Neem in die zin genoegen met het uitwisselen van ervaringen rondom het onderwerp en verwacht nog weinig verbinding tussen of verdieping in de inbreng van de kinderen.

De taalontwikkeling van kleuters is in volle gang en kan tussen kinderen in deze fase sterk uiteenlopen. Kleuters kunnen de meeste woorden uitspreken en grammaticaal juiste zinnen maken, maar dat wil niet zeggen dat ze de betekenis kennen van alle woorden die ze gebruiken. Ook kunnen ze veel van wat ze denken en voelen juist nog niet duidelijk onder woorden brengen. Voor het filosoferen betekent dat, dat er niet teveel waarde gehecht moet worden aan wat de kinderen letterlijk zeggen, maar meer aan wat zij aan ideeën of ervaringen willen inbrengen. De dialoog is een oefenplaats om deze vaardigheden te verwerven.

Kinderen ontwikkelen zich in de kleutertijd sterk in fysiek en sociaal opzicht en in taalvaardigheid. Het is de bloeitijd van de fantasie en creativiteit. Kleuters laten hun binnenwereld zien door een grote productie van tekeningen, bouwwerken, woordvindingen en fantasiespel. Ze beschouwen de wereld als een magische plek, waarin alles van leven bezield is. Behalve creatief en vindingrijk zijn kleuters ook conservatief. Ze hebben een sterke behoefte aan gewoontes, vaste rituelen en structuur. Het filosoferen kun je daarom goed inzetten als een ritueel, met vaste gewoonten en duidelijke regels. Vervolgens is het van belang om in het denken en in de dialoog voldoende ruimte te laten voor spel, fantasie en beweging. Verhalen, versjes en (interactieve) prentenboeken vormen om die reden een goed uitgangspunt voor het gesprek.

Meer leren?

Meer leren over het filosofisch gesprek en het filosoferen in de klas?
Doe de online cursus FILOSOFEREN OP SCHOOL of boek een training of studiedag. Materialen voor het filosoferen, ook met jonge kinderen, vind je in de online database van FILOSOFEREN OP SCHOOL. Daarin is onder meer een ruime en actuele verzameling prentenboeken en gedichten met gespreksmateriaal te vinden voor deze doelgroep.

 

Filosoferen tijdens de Nationale Voorleesdagen

Prentenboeken en voorleesverhalen vormen een prachtig uitgangspunt voor onderzoekende gesprekken met jonge kinderen. Daarmee oefenen zij de vaardigheden die horen bij het filosoferen: zelfstandig nadenken over vragen, begrijpend luisteren, sociale interactie, respect en waardering opbrengen voor andere meningen.

Is het lastig voor kleuters om zo’n gesprek te voeren? Kun je dan al echt spreken van filosoferen? Kunnen jonge kinderen dat überhaupt, filosoferen? Daarover schrijf ik  in mijn volgende blogpost.

Vandaag, vanwege de start van de Nationale Voorleesdagen, een paar vragen om over na te denken na het lezen van het Prentenboek van het jaar: ‘Ssst! De tijger slaapt’ van Britta Teckentrup.

 

 

De tijger is in diepe slaap, maar ze ligt wel heel erg in de weg. Hoe kunnen de andere dieren erlangs, zonder dat ze de tijger wakker maken? Dat wordt spannend!

Het verhaal

Hoe kunnen de ooievaar, de vos, de kikker, de schildpad en de muis langs de slapende tijger komen? Ze hebben haast en ook heel veel ballonnen bij zich. Daarmee bedenken ze creatieve manieren om de tijger te omzeilen. Gelukkig kan de lezer van het verhaal de dieren helpen om de tijger in slaap te houden: door over zijn neus te aaien of een slaapliedje te zingen. Uiteindelijk wordt de tijger toch wakker. We verwachten dat de dieren bang zijn en daarom zo voorzichtig deden. Maar dan blijkt dat ze een verrassingsfeestje hebben georganiseerd.

Filosoferen over voorzichtig zijn

Alle jonge kinderen hebben wel ervaring met situaties waarin je voorzichtig wilt of moet zijn. Soms omdat je ouders  of leerkracht dat belangrijk vinden. Soms omdat je zelf iets gevaarlijk of spannend vindt. Wanneer voorzichtigheid geboden is, daarover kun je van mening verschillen. En voor de één lijkt het ook veel lastiger om voorzichtig te zijn dan voor de ander. Hoe komt dat? Daarover kun je filosoferen aan de hand van de volgende vragen:

  • Wat betekent voorzichtig zijn? Hoe doe je dat, voorzichtig zijn? Hoe ziet dat eruit?
  • Waarbij moet je voorzichtig zijn? Of: Wanneer moet je voorzichtig zijn?
  • Wie vertelt je dat je voorzichtig moet zijn? Of bepaal je dat zelf?
  • Is het moeilijk of makkelijk om voorzichtig te zijn? Waarom?
  • Ben je wel eens onvoorzichtig? Wat gebeurt er dan?
  • Is het soms ook goed om onvoorzichtig te zijn? Waarom denk je dat?
  • Heb je moed nodig om onvoorzichtig te zijn? Op welke manier? Of: waarom niet?
Verantwoording en link

Titel: Ssst! De tijger slaapt
Auteur: Britta Teckentrup
Uitgeverij: Gottmer, Haarlem 2016

 

 

Modelhond

In het weekend had ik een hondje te logeren, de Kooiker Ciep. Het was leuk om te ervaren wat een hond teweeg brengt in je gezin, bij de kinderen en bij jezelf: de vele wandelingen, de kippennekken in onze (vegetarische) keuken, het knuffelen en stoeien. Daarbij zagen mijn jongste zoon en ik onze kans schoon om te tekenen naar model. En Ciep was een mooi en geduldig model.

Dieren tekenen naar model

Als kind volgde ik klassieke tekenlessen bij De Werkschuit in Gouda. Buiten tekenden we schapen en ooit hadden we een haan op tafel in het tekenlokaal. Spannend! In mijn academietijd in Rotterdam ging ik naar Blijdorp om dieren te tekenen. Ook met mijn kinderen ben ik eindeloos in Blijdorp geweest en namen we vaak onze dummy’s mee.

Het tekenen van dieren vraagt een specifieke concentratie en aandacht. Anders dan voorwerpen en de meeste menselijke modellen, zijn ze volstrekt onvoorspelbaar. Ze gaan hun eigen gang en kunnen elk moment van houding en plaats veranderen – of zelfs helemaal uit het zicht verdwijnen. Het is dus altijd maar de vraag of je de kans krijgt om je tekening te voltooien. Voor kinderen (en volwassenen) met een grote behoefte aan controle of faalangst is dit dus een prachtige speelse oefening om daarmee te leren omgaan.
Bij het tekenen van dieren komt het erop aan veel en vlot te schetsen om gaandeweg de anatomie van het dier steeds beter te begrijpen. Ook het ‘optisch verkort ‘komt daarbij bod: hoe kan het dat die lange rug veel korter lijkt als het hondje met zijn kop naar ons toe ligt?

Kijk naar het dier, niet naar het papier

Goed leren en durven kijken, veel meer naar het model dan naar je tekening, is dus belangrijk. Michelle Dujardin legt uit hoe dat werkt in haar Zen Tekenboek: door bewust waar te nemen en het resultaat los te laten wordt het tekenen een meditatieve oefening. De oog-handcoördinatie wordt sterk geoefend bij deze manier van tekenen en daardoor gaat het op den duur vanzelf steeds beter. En dat versterkt het plezier dat het tekenen op zichzelf al is.

Dieren tekenen in de klas

Het tekenen van dieren kan je, ook op school, vrij eenvoudig organiseren en levert dus veel op: verbetering van de fijne motoriek, van de oog-handcoördinatie, flexibiliteit, proces- in plaats van resultaatgerichtheid en meditatieve ontspanning.

Hoe pak je het aan? Koppel het tekenen aan een spreekbeurt en vraag een leerling om zijn huisdier mee te nemen in de klas. Of ga naar de kinderboerderij, de schapenwei, de eendenvijver of de hondenuitlaatplaats in de buurt. Maak van plankjes of stevig karton met wasknijpers een ondergrond voor het papier. Gebruik alleen een goed schetspotlood, gum is niet nodig. En geef voldoende papier om veel schetsen te kunnen maken of wanneer nodig opnieuw te beginnen. Accepteer ook als leerkracht of docent dat het gaat om het proces, het plezier in het tekenen en beoordeel de tekeningen liever niet.

Filosoferen tot slot

Nadat iedereen zo aandachtig naar de dieren heeft gekeken is het natuurlijk ook leuk en interessant om na afloop te filosoferen over dieren. Bijvoorbeeld aan de hand van de volgende vragen:

  • Kunnen dieren denken? Waarom denk je dat?
  • Waar denken dieren aan? Denken dieren aan andere dingen dan mensen?
  • Denken dieren op dezelfde manier als mensen? Waarom (niet)?
  • Kunnen dieren begrijpen?
  • Is begrijpen hetzelfde als denken? Waarom (niet)?

 

 

Zelfstandig denken en persoonlijk leiderschap

Vorige week, op 3 oktober, was ik bij de informatiemiddag van CPS, adviesorganisatie voor onderwijsontwikkeling, over het programma The Leader in Me. CPS houdt zich professioneel bezig met het implementeren van het gedachtegoed van Stephen Covey in het onderwijs, aan de hand van dit programma. De informatiemiddag was bedoeld voor scholen ter kennismaking en ik was blij dat ik als zzp’er in het onderwijs mocht aanhaken. In deze blogpost een impressie van mijn ideeën en notities van deze middag. (Wie onbekend is met het gedachtegoed van Covey bekijkt beter eerst de onderstaande sketchnotes).

Zeven eigenschappen

Mijn belangstelling voor Covey en zijn ‘Zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ werd een aantal jaar geleden gewekt door een leerkracht die me vroeg of het mogelijk was om in de klas te filosoferen bij deze zeven eigenschappen.

Aan de hand van het kinderboek ‘De zeven eigenschappen van Happy Kids’ heb ik toen de verschillende thema’s – verantwoordelijkheid, doelgerichtheid, prioriteiten stellen, belangen afwegen, luisteren, samenwerken en zelfzorg – uitgewerkt in onderzoekende vragen voor een filosofische dialoog.

Verbinding met het filosoferen op school

Hoewel de werkwijze me aanvankelijk nogal methodisch overkwam, herkende en waardeerde ik er ook de duidelijke handvatten voor persoonlijk leiderschap in. Ik ben meer gaan lezen van en over Covey en over de toepassing daarvan in onderwijs en opvoeding. Ik vond daarbij verbindingen met het filosoferen op school, onder andere in de ontwikkeling van mijn model voor een onderzoekend oudergesprek, waarin de wil en inspanning om elkaar echt te begrijpen en samen te werken in belang van het kind centraal staan.

Ook in het onderzoeken van waarden, in dialoog met elkaar, zie ik een verbinding. Het filosofisch gesprek daarover lijkt me onontbeerlijk wanneer je aan de slag wilt met het gedachtegoed van Covey. Immers, wanneer het gaat om keuzes maken, doelen en prioriteiten stellen is het van essentieel belang om te weten welke gezamenlijke waarden je aanhangt en wat ieder daaronder verstaat. Ik werkte daarvoor 25 waarden uit in gespreksmateriaal, te gebruiken in teamgesprekken, intervisie en visieontwikkeling.

Andersom kan ik me voorstellen dat de theorie van Covey handvatten geeft om vanuit het zelfstandig denken (filosoferen) te komen tot zelfstandig doen. Filosoferen kan, maar hoeft immers geen doel in zichzelf te zijn. Sommige goede ideeën verdienen het om concreet tot leven te komen. En kinderen verdienen het om zowel vertrouwen in hun zelfstandig denken als in hun zelfstandig handelen te ontwikkelen.

Verbinding met ouderschap

Als ouder geeft de theorie van Covey me inspiratie hoe ik mijn (ass-)kinderen zou kunnen leren om het persoonlijke en individuele te verbinden met het gezamenlijke. Het stellen van doelen binnen je eigen grenzen en mogelijkheden en daartoe verantwoordelijkheid nemen. Herkennen hoe sociale interactie zowel waardevol kan zijn voor jezelf als voor anderen. Leren hoe je – op je eigen manier en met jouw specifieke behoeften – in balans komt en kunt blijven. Niet eenvoudig, zeker niet voor kinderen met een autistische beperking. Maar een uitdaging die je niet kunt laten liggen.

In de informatiebijeenkomst van CPS werd benadrukt dat niet alle kinderen tot dezelfde opbrengsten komen, maar wel allemaal hun talenten hebben en op hun niveau persoonlijk leiderschap kunnen ontwikkelen. Daarom wordt het programma ook op verschillende scholen voor speciaal onderwijs al toegepast. Mooi!

Sketchnotes

Mijn aantekeningen van de informatiebijeenkomst heb ik uitgewerkt in de onderstaande sketchnotes.

Meer lezen

Een paar links voor wie meer wil weten en lezen van en over Covey:

 

Kinderboekenweek 2017

Een grote stapel boeken had ik deze zomer te lezen ter voorbereiding op de Kinderboekenweek. Het thema dit jaar luidt Gruwelijk eng! en daar horen griezelige boeken bij. Kan je daarmee filosoferen – meer dan alleen over bang zijn en angst? En zijn die boeken überhaupt leuk om te lezen? Niet het genre dat ik zelf zou kiezen. Maar dat maakt ‘verplicht’ lezen juist ook leuk: zo leer je andere schrijvers, stijlen en onderwerpen kennen. Uiteindelijk heb ik met veel plezier de hele zwik gelezen, en bleken er een paar echte parels tussen te zitten.

Lampje – Annet Schaap

Eén van de mooiste boeken uit deze stapel vond ik Lampje van Annet Schaap. Het boek is het debuut van Schaap, die al een indrukwekkende loopbaan als illustrator op haar naam heeft staan. Lampje is een ontroerend verhaal over buitenbeentjes, over mensen die door eenzaamheid, domme pech of hun eigenaardigheden buiten de samenleving vallen. Sommigen leggen zich daarbij neer, begraven zich in hun lot, anderen geven niet op en proberen zich vrijheid en bestaansrecht te veroveren.

Filosoferen met Lampje

Lampje bood, net als een aantal andere boeken, een onverwachte invalshoek voor het filosoferen bij het thema griezelen. Allerlei ‘griezels’ passeren in het boek de revue: zeemeerminnen, een vrouw met een baard, een Siamese tweeling, een dwerg, een verstandelijk beperkte jongen. Het boek laat je nadenken over de menselijkheid van deze buitenbeentjes. Kun je hun tekortkomingen of afwijkingen accepteren? Er zelfs van houden? En als dat zo is, wat valt er dan nog te griezelen?

Poster

Bijna 30 boeken voor de Kinderboekenweek heb ik uitgewerkt in gespreksvragen. Die zijn te vinden in de database met lesmateriaal op filosoferenopschool.nl. Bij Lampje ben ik vervolgens ook nog aan het tekenen geslagen, omdat het me leuk leek om een ‘filosofeerposter’ te maken.
Wat dat precies is, weet ik zelf ook nog niet. Wordt wellicht vervolgd.

 

Erasmus-Zine DIY

De derde Erasmus-zine die ik zou maken in de Centrale Bibliotheek Rotterdam bleef ergens steken. Maar het materiaal was klaar en daarom hier en nu beschikbaar als zelfmaker. Een activiteit om, met de zomervakantie glorend aan de horizon, na te denken over op reis gaan en je thuis voelen.

Wat is een zine?

Een zine is een klein, eenvoudig boekje – een mini-magazine – zelfgemaakt voor en door een groep mensen met een gezamenlijke interesse. Zines zijn gemakkelijk te vermenigvuldigen en te verspreiden, dus heel geschikt om je gedachten en ideeën mee te verspreiden.

Hoe maak je een zine?

De leukste en gemakkelijkste vorm voor een zine is volgens mij deze:

Wanneer ik met een groep of in een workshop zo’n zine maak, geef ik van tevoren vorm aan de voor- en achterkant. De deelnemers geven vervolgens invulling aan de inhoud van de zine.

De inhoud: ‘Daar voel ik me thuis’

Erasmus was vaak op reis. Soms was dat pure noodzaak: op de vlucht voor oorlog, de pest of persoonlijke bedreigingen. Maar vaker was hij onderweg om vrienden te bezoeken, kennis op te doen en te delen of zijn boeken te laten drukken. Erasmus had geen gezin en geen vast adres, in die zin had hij geen thuis. Hij zei daarover: ‘Waar ik mijn boeken heb, daar ben ik thuis’.

Wat je nodig hebt om je thuis te voelen, verschilt per persoon. Met de zomer in zicht is het leuk om daarover na te denken aan de hand van de volgende vragen:

  • Waarom gaan mensen op reis? Wat gebeurt er als je op reis gaat?
  • Wat kun je niet missen als je op reis gaat en neem je altijd met je mee?
  • Wat heb je nodig om je thuis te voelen?
  • Voel je je pas goed als je ook echt thuis bent, of kun je je overal thuis voelen?

Ook het oog op alle vluchtelingen in de wereld, in Nederland, is het een interessant thema om over na te denken – een oefening in empathie. Want stel dat je genoodzaakt zou zijn om je thuis te ontvluchten, wat is er dan nodig om je weer ergens thuis te kunnen voelen? Is veiligheid genoeg, of is dat pas het begin? Is het mogelijk om een nieuw thuis op te bouwen als je alles (en misschien ook iedereen) achter je hebt gelaten?

Erasmus-Zine 3 zelf maken

Om zelf de zine te maken (bijvoorbeeld in de klas) heb je het volgende nodig:

  • A3-papier
  • evt. prints van de koffer (op A6 formaat – zie onder)
  • kleurpotloden
  • tekenpotloden
  • wrijfletters, letterstempels, fine-liners
  • Pritt-stift
  • scharen (of thuis al uitknippen)
  • kopieerapparaat

Opdracht:
Erasmus had zijn boeken nodig om zich thuis te voelen. Wat neem jij altijd met je mee? Wat of wie kun je niet missen?
Vraag de deelnemers hun gedachten hierover weer te geven in een kort gedicht, een elf of een mooie zin. Laat ze de tekst passend vormgeven of illustreren in de afbeelding van de koffer:

Vouw het A3-papier in 8 vakken. Plak 6 koffers (of A6 pagina’s) per zine op de binnenpagina’s  en maak er een passende titelpagina en achterkant bij. Kopieer de zines op A3-formaat. Knip en vouw tot er een boekje ontstaat.

 

Online cursus Filosoferen op school

Nieuw in mijn aanbod: de online cursus FILOSOFEREN OP SCHOOL. Bestemd voor leerkrachten, vakkrachten en schoolleiders die zelfstandig aan de slag willen met het filosoferen. De cursus gaat in op alle aspecten van het filosoferen op scholen: in gesprekken met leerlingen, met het team en in het contact met ouders. Je leert hoe je je als gespreksleider kunt ontwikkelen, op jouw manier. En in jouw tempo.

In vier modules komen de verschillende soorten gesprekken en doelgroepen aan bod. De cursus is inhoudelijk, maar vooral ook praktijkgericht: met aandacht voor de voorbereiding en uitvoering van gesprekken, met oefenmateriaal, (pedagogische) ‘tips & tricks’ en een ruime verzameling Q&A’s met herkenbare kwesties uit de praktijk.

Je leest er meer over op www.filosoferenopschool.nl.