Zelfstandig denken en persoonlijk leiderschap

Vorige week, op 3 oktober, was ik bij de informatiemiddag van CPS, adviesorganisatie voor onderwijsontwikkeling, over het programma The Leader in Me. CPS houdt zich professioneel bezig met het implementeren van het gedachtegoed van Stephen Covey in het onderwijs, aan de hand van dit programma. De informatiemiddag was bedoeld voor scholen ter kennismaking en ik was blij dat ik als zzp’er in het onderwijs mocht aanhaken. In deze blogpost een impressie van mijn ideeën en notities van deze middag. (Wie onbekend is met het gedachtegoed van Covey bekijkt beter eerst de onderstaande sketchnotes).

Zeven eigenschappen

Mijn belangstelling voor Covey en zijn ‘Zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ werd een aantal jaar geleden gewekt door een leerkracht die me vroeg of het mogelijk was om in de klas te filosoferen bij deze zeven eigenschappen.

Aan de hand van het kinderboek ‘De zeven eigenschappen van Happy Kids’ heb ik toen de verschillende thema’s – verantwoordelijkheid, doelgerichtheid, prioriteiten stellen, belangen afwegen, luisteren, samenwerken en zelfzorg – uitgewerkt in onderzoekende vragen voor een filosofische dialoog.

Verbinding met het filosoferen op school

Hoewel de werkwijze me aanvankelijk nogal methodisch overkwam, herkende en waardeerde ik er ook de duidelijke handvatten voor persoonlijk leiderschap in. Ik ben meer gaan lezen van en over Covey en over de toepassing daarvan in onderwijs en opvoeding. Ik vond daarbij verbindingen met het filosoferen op school, onder andere in de ontwikkeling van mijn model voor een onderzoekend oudergesprek, waarin de wil en inspanning om elkaar echt te begrijpen en samen te werken in belang van het kind centraal staan.

Ook in het onderzoeken van waarden, in dialoog met elkaar, zie ik een verbinding. Het filosofisch gesprek daarover lijkt me onontbeerlijk wanneer je aan de slag wilt met het gedachtegoed van Covey. Immers, wanneer het gaat om keuzes maken, doelen en prioriteiten stellen is het van essentieel belang om te weten welke gezamenlijke waarden je aanhangt en wat ieder daaronder verstaat. Ik werkte daarvoor 25 waarden uit in gespreksmateriaal, te gebruiken in teamgesprekken, intervisie en visieontwikkeling.

Andersom kan ik me voorstellen dat de theorie van Covey handvatten geeft om vanuit het zelfstandig denken (filosoferen) te komen tot zelfstandig doen. Filosoferen kan, maar hoeft immers geen doel in zichzelf te zijn. Sommige goede ideeën verdienen het om concreet tot leven te komen. En kinderen verdienen het om zowel vertrouwen in hun zelfstandig denken als in hun zelfstandig handelen te ontwikkelen.

Verbinding met ouderschap

Als ouder geeft de theorie van Covey me inspiratie hoe ik mijn (ass-)kinderen zou kunnen leren om het persoonlijke en individuele te verbinden met het gezamenlijke. Het stellen van doelen binnen je eigen grenzen en mogelijkheden en daartoe verantwoordelijkheid nemen. Herkennen hoe sociale interactie zowel waardevol kan zijn voor jezelf als voor anderen. Leren hoe je – op je eigen manier en met jouw specifieke behoeften – in balans komt en kunt blijven. Niet eenvoudig, zeker niet voor kinderen met een autistische beperking. Maar een uitdaging die je niet kunt laten liggen.

In de informatiebijeenkomst van CPS werd benadrukt dat niet alle kinderen tot dezelfde opbrengsten komen, maar wel allemaal hun talenten hebben en op hun niveau persoonlijk leiderschap kunnen ontwikkelen. Daarom wordt het programma ook op verschillende scholen voor speciaal onderwijs al toegepast. Mooi!

Sketchnotes

Mijn aantekeningen van de informatiebijeenkomst heb ik uitgewerkt in de onderstaande sketchnotes.

Meer lezen

Een paar links voor wie meer wil weten en lezen van en over Covey:

 

Democratie leren = denken en doen

We leven toe naar de Tweede Kamerverkiezingen en worden daarnaast dagelijks deelgenoot van de spanningen waar democratische samenlevingen wereldwijd mee kampen. Dat maakt democratisch burgerschap tot een interessant en actueel thema, passend in de wettelijke opdracht tot burgerschapsvorming op scholen. Hoe geef je daar woorden en betekenis aan, thuis en in de klas?

Met Sergio Espigares Tallón (zie onderstaand interview) werkte ik aan het burgerschapsprogramma Meer Democratie. Op de website van Stichting Wereld-leren is dit veelzijdige en toegankelijke project kosteloos beschikbaar. Het programma is bedoeld kinderen vanaf 9 jaar, hun leerkrachten en ouders. Het bevat een toelichting op democratisch burgerschap, een heldere opzet en diverse handleidingen en materialen voor in de klas – zoals filosoferen over democratie, een democratiequiz, een participatieproject in de klas met creatieve werkvormen en een verkiezing, een excursie en een democratiespel. Ook voor ouders en leerkrachten zijn er inspiratie en handleidingen om met elkaar en met kinderen te werken aan meer democratie, thuis en op school.

Interview: Sergio Espigares Tallón

Sergio, ik heb je leren kennen als iemand met een grote betrokkenheid bij het onderwerp democratie. Wat heb jij met het thema, waarom houdt het je bezig?

“Er zit voor mij een persoonlijk verhaal aan vast, dat teruggaat tot in mijn jeugd. Ik heb Spaanse ouders, ben in Nederland opgegroeid, maar heb als kind ook een poos in Spanje gewoond. In de jaren dat ik daar woonde stierf Franco en vond de overgang plaats van een dictatuur naar een democratie. Dat was nogal een heftig gebeuren, met demonstraties op straat en allerlei verhalen die loskwamen. Als kind vond ik dat heel bijzonder, wat dat teweeg bracht bij mensen. Ik besefte me hoe vanzelfsprekend de democratische samenleving in Nederland voor mij was geweest.

Dankzij deze ervaring ben ik van kinds af aan geïnteresseerd geweest in politiek en in democratische verhoudingen. Dus toen ik de kans kreeg om te gaan studeren ben ik politicologie gaan doen, naast filosofie. Ik heb altijd belangstelling gehouden voor inrichting van samenlevingen en hoe je dat op een democratische manier kan doen. Tegenwoordig valt me vaak op hoe beperkt de betrokkenheid van Nederlanders, en dan vooral van Rotterdammers, is bij de politiek. De opkomst bij verkiezingen is in Rotterdam bijzonder laag.”

Heb jij daar een verklaring voor?

“Daarin spelen verschillende factoren een rol, maar blijkbaar is de afstand tot de politiek in Rotterdam groter dan in andere steden en delen van Nederland. Wellicht heeft het te maken met de samenstelling van de bevolking van Rotterdam. Daarin is toch een grotere groep voor wie het moeilijk is om te stemmen, door laaggeletterdheid bijvoorbeeld. Ook zal er bij bepaalde bevolkingsgroepen minder vertrouwdheid zijn met het idee van stemmen.”

Hoe maak je mensen vertrouwd met democratie? Als je je kinderen, leerlingen of nieuwkomers in Nederland wilt uitleggen wat democratie is, hoe kun je dat dan het beste doen?

“Je moet de woorden vinden om uit te leggen waar het over gaat en wat er op het spel staat. In de kern gaat democratie erom dat je samen beslissingen neemt over onderwerpen die jezelf en anderen aangaan en dat je daarbij rekening houdt met bepaalde regels. Zo simpel kun je het uitleggen: samen beslissingen nemen. Vervolgens gaat het erom te ervaren wat dat betekent. Wanneer je democratie in praktijk brengt, praktisch en kleinschalig, kun je voelen wat het is en de consequenties ervan ervaren. Dat kan heel eenvoudig, zowel thuis als in de klas, zoals we voorstellen in het programma Meer Democratie.”

In feite zeg je: je kunt democratie kortweg beschrijven als ‘samen beslissingen nemen binnen vaststaande kaders’, maar je kunt de betekenis daarvan pas begrijpen als je het zelf oefent en ervaart?

“Ja, democratie moet je ervaren. Dat geldt zowel voor het samen beslissingen nemen als rekening houden met de kaders en regels die daarbij horen. Je moet ervaren hoe het is als iedereen daar een rol in speelt, als iedereen dezelfde rechten heeft en zijn zegje moet kunnen doen. Je moet ervaren hoe het is om tegenstellingen op te lossen door middel van gesprek. Je moet ervaren hoe je rekening houdt met minderheidsposities. Want die kaders en regels, die in onze democratie deel uitmaken van de rechtstaat, zijn minsten zo belangrijk als kunnen stemmen.”

Komt zo’n uitleg van democratie overeen met het beeld dat we in de huidige samenleving, in de mondiale politiek en in de media van democratie krijgen?

“Dat beeld is niet zo eenduidig – in de praktijk is het lastig om de verschillende ideeën over democratie helder te krijgen. Democratie wordt vaak uitgelegd als ‘de meerderheid beslist’ – wat de consequenties ook mogen zijn van die beslissing. Dat is een negatieve versmalling van het idee dat je samen beslissingen neemt. Want als je samen beslissingen neemt, ben je ook samen verantwoordelijk voor de onderwerpen die je aangaat. De gemeenschapszin die vooraf gaat aan het samen beslissingen nemen, lijkt momenteel te ontbreken. Of je nu bij de meerderheid hoort of bij de minderheid, in een democratie moet je ook oog hebben voor degenen die bij een beslissing aan het kortste eind trekken. Nu heerst bij een aantal partijen het idee dat je als je de meeste stemmen hebt, de sterkste bent en de koerst bepaalt. Dat is een verschraling van het democratiebegrip, waarbij je op consensus gericht zou moeten zijn en de ander wilt overtuigen van wat het beste is. Democratie begint bij het gevoel dat je het samen moet doen.

Het gebrek aan gemeenschapszin wordt bijvoorbeeld zichtbaar in het grote aantal politieke partijen dat nu meedoet aan de Tweede Kamerverkiezingen. Mensen sluiten zich niet meer aan bij de bestaande partijen om daarbinnen ideeën in te brengen en tot compromissen te komen, maar gaan hun eigen groepjes vormen. Dat lijkt democratisch, al die nieuwe partijen, maar het toont ook gebrek aan communicatief vermogen. In het huidige beeld van democratie is dat wat vooral ontbreekt: gemeenschapszin.”

Wanneer je met anderen, met leerlingen, wilt nadenken over democratie lijkt het me prettig om te vertrekken vanuit zo’n bondig concept: samen beslissingen nemen, terwijl je rekening houdt met de bestaande regels of bepaalde voorwaarden. Op die manier kun je actuele gebeurtenissen vanuit dat concept onder de lopen nemen, met een waardevrije positie.

“Dat kan inderdaad, maar het is zeker voor leerkrachten belangrijk om van te voren zorgvuldig af te wegen welke onderwerpen je erin wilt betrekken als je aan de slag gaat met democratie. Want wanneer het gaat over de landelijke of internationale politiek kan dat, ook in de klas, polariserend werken. Ga je ermee aan de slag met betrekking tot een onderwerp op school, iets wat de kinderen zelf aangaat en voor hen relevant is, dan speelt dat hele polariserende van deze tijd veel minder een rol. Dan richt je je vooral op democratische vaardigheden.”

Denk je dat het onderwijs een rol speelt in de toekomst van de democratie?

“Je moet de rol van het onderwijs daarin niet te groot maken, maar zeker ook niet te klein. Niet te groot omdat het onderwijs slechts één van de domeinen is waarbinnen je aandacht kunt besteden aan democratie. Het onderwijs gaat ook geen dingen oplossen die nu mis zijn rondom democratisch burgerschap, dat is geen reële verwachting. Anderzijds is het onderwijs een belangrijk domein waarin kinderen kennis en vaardigheden aanleren. Het mooiste is als je zo’n thema als democratie kunt verbinden aan het bestaande curriculum. In de eerste plaats denk ik dan aan de algemene pedagogische opdracht van basisscholen: het klimaat in de klas, de basisbehoeften van kinderen aan autonomie, aan sociale relaties, aan competenties. De wettelijke opdracht tot burgerschapsvorming lijkt vaak nog ver bij scholen af te staan. Door de haast vanzelfsprekende verbinding te maken met die pedagogische opdracht haal je het dichterbij. Maar dan kom je uit bij de vraag of leerkrachten ook ervaren dat zij dat zo kunnen doen. In feite doen scholen vaak al meer aan democratie dan ze beseffen, maar ze kunnen dat nog veel explicieter doen.”

Aandacht besteden aan democratie: wat levert dat de leerkracht en de leerling zelf op, in de klas?

“Maak leerlingen medeverantwoordelijk: voor hoe je met elkaar omgaat, voor de invulling van bepaalde lessen, voor regels die je met elkaar afspreekt. Geef daartoe ruimte binnen vastgestelde kaders of onder bepaalde voorwaarden. Op de manier breid je als leerkracht je vaardigheden uit met democratische werkvormen en je krijgt een brede kijk op competenties van leerlingen. Je maakt een verbinding tussen wat er in de klas gebeurt en wat er in de samenleving speelt en nodig is. En dat maakt het werk interessanter!”

Sergio Espigares Tallón (1964) is politiek filosoof. Hij studeerde politieke wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Leiden en wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Aan de Universiteit van Tilburg promoveerde hij in 1998 op een politiek-filosofisch proefschrift. Sergio werkte onder meer als beleidsmedewerker in de gemeenten Rotterdam en ’s-Hertogenbosch. Daarnaast was en is hij als adviseur, projectleider en gastdocent verbonden aan DOE-Projecten & Advies, een project- en adviesbureau op het terrein van jeugd, onderwijs en burgerschap. In die hoedanigheid was hij projectontwikkelaar burgerschapsonderwijs voor Stichting Wereld-leren. Momenteel is Sergio docent Sociale Studies bij Avans Hogeschool te ’s-Hertogenbosch.

Ik haat politiek

 

Het boek ‘Ik haat politiek’ is een aanrader voor iedereen die meer wil begrijpen van politiek en democratie of met kinderen in de leeftijd van 10-14 jaar wil lezen en denken over dit thema. Het vertelt het verhaal van de 12-jarige Camilla die haar vader verloor aan de politiek: hij was ooit burgemeester en klom op tot de landelijk politiek, raakte betrokken bij frauduleuze praktijken in zijn partij en pleegde zelfmoord. In het kleine Italiaanse dorp waar Camilla woont worden zij, haar moeder en broertje aangekeken op de gebeurtenissen. Door de ontmoeting met de zwerver Aristoteles leert Camilla wat politiek werkelijk betekent en samen met hem en haar opa stelt ze de politieke misstanden in haar omgeving aan de kaak. Behalve een gevoelvol verhaal over rouw en onrecht is ‘Ik haat politiek’ een aansprekende vertelling met humor en verbeeldingskracht.

Flaptekst

Dit boek gaat over Camilla die politiek haat, die met gebogen hoofd over straat loopt om niet op de mieren te trappen. Het gaat over een plekje aan het raam in de klas, over on-vissen, volleybaltechnieken, een zwerver met drie honden en drie katten, bruggen bouwen, haar vader Roby die dood is, broodjessalamisnoepjes, over haar vriendin Pam die goed kan tennissen. Ook gaat het over opstaan in de bus, opletten, rugby, polis en ministrum, democratie, over een zoete en bittere appel, het beeld in het Niemandsplantsoen en nog veel meer en o ja, waarom zit het ooglapje van de zwerver Aristoteles dan weer voor zijn ene en dan weer voor zijn andere oog en wat zit er toch in al die plastic zakken die hij meesjouwt? Er druppelt zelfs bloed uit.

Filosoferen over politiek

De zwerver Aristoteles legt Camilla de betekenis van politiek en democratie uit in drie woorden.

‘In drie woorden maar?’
‘Meer zijn er niet nodig. Een per dag. Een is Nederlands, een is Grieks en een is Latijn.’

Onderstaand vind je drie citaten met daarin de uitleg van Aristoteles. Aan de hand daarvan kun je met je kinderen of leerlingen verder denken over politiek.

Het eerste woord: opletten

‘Politiek is: ik let op!’ legt Aristoteles uit. ‘Dat wil zeggen: opletten wat mensen nodig hebben en proberen er een oplossing voor te vinden. Meer niet. Mensen hebben altijd al problemen gehad, maar er was niet altijd iemand die kon helpen met een oplossing. Denk maar aan vele eeuwen geleden, toen een koning of keizer de baas was. De arme boeren hadden water nodig om hun velden te bevloeien, of ze wilden de koning vragen om niet hun zonen mee te nemen want als die in de oorlog moesten vechten konden ze het graan niet oogsten. Maar hoe konden ze dat duidelijk maken als de koning zich opsloot in zijn mooie kasteel? Die arme stakkers, die net zo stonken als ik, konden niet eens binnenkomen. De koningen en keizers zaten in de hoogte, in de hemel bijna, en het gewone volk was beneden, op aarde. Er tussenin was een absolute leegte. En de politiek vult die leegte op, het is de ladder die de hemel en de aarde met elkaar verbindt. (…) De politiek is de brug die de verbinding vormt tussen de mensen die de baas zijn en degenen die gehoorzamen.’

Het tweede woord: polis

‘De polis was in het oude Griekenland de stad. De politiek is een stad waarin iedereen meedoet aan de discussies, waarbij de wil van de meerderheid wordt gevolgd. Deze manier van besturen heet “democratie”, nog een Grieks woord. “Democratie” betekent “regering van het volk”. Weet je nog van de koning die zag opgesloten in zijn kasteel, met de ophaalbrug omhoog, en die deed wat hij wilde? De politiek heeft die brug omlaag gehaald en de boeren, herders en kooplui het kasteel binnengelaten. En nu mag iedereen met zijn adviezen en wensen het koninkrijk meeregeren. Dat is democratie.

Het derde woord: Ministrum

Aristoteles pakt het papier, houdt het boven zijn hoofd alsof hij het wil laten lezen aan iemand in de verte, en kondigt aan: ‘Ministrum betekent “dienaar”.’
‘Dienaar?’ herhaal ik verrast.
‘Ja, Camilla, en als je nog eens nadenkt over wat ik je heb verteld is daar niets vreemds aan. Voor alles moet een politicus een dienaar zijn. Hij dient de mensen die iets nodig hebben en die hem hebben gekozen om hun problemen op te lossen. (…)

Aristoteles draait het blad om, dat hij nog boven zijn hoofd houdt. Nu staat het woord “ministrum” ondersteboven.
‘Jij vroeg waarom zoveel mensen kwaadspreken over politici. Nou, Camilla, dat is omdat het woord “ministrum” op zijn kop is gezet. De politici willen vandaag niet meer dienen, maar de baas spelen. Ze maken misbruik van de macht die ze hebben om te worden wat je zei: machtig, rijk en beroemd.’

Filosofische vragen over politiek

Startvragen

  • Wat betekent ‘politiek’?
  • Welke Nederlandse politieke partijen kun je noemen?
  • Welke politici (ministers, partijleiders, leden van de Tweede Kamer) ken je?

Verdiepingsvragen

  • Van wie is de politiek?
  • Is de politiek overal, of alleen in Den Haag, bij de regering?
  • Denk je dat het moeilijk is om politicus te zijn? Waarom (niet)?
  • Wat heeft politiek met samenleven te maken?
  • Wat heeft politiek met rechtvaardigheid te maken?
  • Wat heeft politiek met vertrouwen te maken?
  • Kan een land zonder politiek?
Verantwoording en link

Titel: Ik haat politiek
Schrijver: Luigi Garlando
Uitgeverij: Tutti/Tuttibooks (Nijmegen, 2010)

Denken over democratie (en eenden)

De komende weken zal ik op deze plek aandacht besteden aan het denken over en werken aan democratie in het onderwijs. Niet alleen zijn de aankomende Tweede Kamerverkiezingen een goed moment om daar (samen met kinderen) bij stil te staan. Ook de manier waarop diverse democratieën in de wereld momenteel onder druk staan geeft aanleiding tot het denken over wat democratie betekent en welke rol we als burgers, ouders en leraren daarin vervullen.

Daarbij is het belangrijk om het begrip democratie, het denken daarover en de vaardigheden die horen bij democratisch burgerschap niet ingewikkelder te maken dan het is. De politiek, de vele politieke partijen, de loze oneliners en omvangrijke partijprogramma’s maken het al onoverzichtelijk genoeg. Ik zal daarom handreikingen te doen om aan de hand van verhalen, filosofische vragen, creatieve opdrachten en concrete pedagogische tips het denken over en werken met democratie dichterbij te brengen.

We beginnen klein, bij de kleine mens en de eenden – voor kinderen in de onder- en middenbouw van de basisschool. Volgende week volgt lees- en filosofeermateriaal voor de bovenbouw.

‘Eend is de baas’: voorlezen en filosoferen

Onderstaand vind je een aantal vragen om met kinderen te filosoferen over macht en gezag naar aanleiding van het prentenboek ‘Eend is de baas’. Werk je met kleuters, dan gaat het daarbij vooral om een verkennend gesprek over bazen: de baas spelen en de baas zijn. Vanaf groep 3 kan ook er meer verdiepend worden gefilosofeerd. Het materiaal is bruikbaar tot en met groep 5.

Gans is op vakantie en Eend past op haar vijver. Maar Eend overdrijft wel een beetje… ‘Niet spetteren! Niet vissen! Niet racen!’ kwaakt hij. En hij zet overal borden neer! VERBODEN TE DUIKEN! (Op bevel van Eend – baas over de vijver!). Maar dan gaan al zijn vriendjes weg… Zal die bazige Eend zijn lesje leren voordat het te laat is?

Filosofische vragen
  • Ken jij iemand die de baas is? Wie is dat?
  • Wat betekent dat, de baas zijn?
  • Is er een verschil tussen de baas zijn en de baas spelen?
  • Wat is een goede baas? Wat is een slechte baas?
  • Hebben we bazen nodig?
  • Wanneer of waarover ben jij de baas?
  • Kun je samen met anderen de baas zijn?
    Op welke manier? Of: waarom niet?
  • Kun je de baas zijn over jezelf? Op welke manier? Of: waarom niet?
Verantwoording en link

Titel: Eend is de baas!
Schrijver: A. Ritchie
Uitgeverij: Veltman, Utrecht 2012

“Het is een moeilijke uitdaging om studenten genuanceerd te leren denken.”

Op zaterdag 10 december 2016 stond in Trouw het onderstaande opiniestuk van James Kennedy over de verantwoordelijkheid die het onderwijs heeft om leerlingen zelfstandig te leren denken en zin van onzin te onderscheiden. Een moeilijke uitdaging, maar onontbeerlijk: “Als wij hun dit niet kunnen aanleren en hen weerbaar maken, zullen we ten prooi vallen aan de onwaarheden die van zowel binnen als buiten onze democratie op ons af komen.” Het stuk verwoordt duidelijk een van de belangrijke redenen om met leerlingen te filosoferen op school.