Cultuureducatie voor leerlingen in het speciaal onderwijs

Vlak voor de zomervakantie vroeg ik een subsidie aan bij het gemeentebestuur van mijn woonplaats Oud-Beijerland, waar momenteel een subsidieregeling loopt met als doel buitenschoolse cultuureducatie beter toegankelijk te maken voor kinderen en jongeren. Door de deelname van kinderen en jongeren aan cultuur te stimuleren, hoopt de gemeente hun weerbaarheid te vergroten. Kinderen die (net als de mijne) door een speciale onderwijsbehoefte, ontwikkelingsproblematiek of beperking minder toegang hebben tot buitenschoolse activiteiten leken me een uitgelezen doelgroep om deze subsidie voor aan te vragen.

Motivatie

Leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs vormen een kwetsbare groep in vrijetijdsbesteding, sociale activiteiten en talentontwikkeling. Het zijn leerlingen met leer- en gedragsproblematiek en ontwikkelingsstoornissen, die dagelijks ervaren dat zij extra moeite moeten doen om mee te komen met het ‘gewone leven’. Voordat de leerlingen in het speciaal basisonderwijs terechtkomen, zijn zij er in het regulier onderwijs mee geconfronteerd dat zij niet in de pas lopen met het niveau van de leerstof, de organisatie van het onderwijs, of sociale verwachtingen. Het is eenvoudig je voor te stellen wat dit betekent voor het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van deze kinderen. Het versterken van de weerbaarheid van deze kinderen is buitengewoon belangrijk.

Leerlingen in het s(b)o hebben doorgaans sowieso moeite om invulling te geven aan hun buitenschoolse vrije tijd en om passende activiteiten te vinden om hun talenten op het gebied van sport en cultuur te ontplooien. Voor een deel van de ouders geldt bovendien dat het voor henzelf een opgave is hun kinderen daarin te begeleiden. Een aanbod van buitenschoolse cultuureducatie op maat, in het eigen schoolgebouw, zou deze leerlingen een opstapje kunnen bieden om hun interesses en talenten te ontdekken. In een veilige omgeving kan er vertrouwen ontstaan in de eigen vaardigheden en talenten. De lessen kunnen verbindingen leggen tussen leerlingen, aanbieders en ouders, waardoor er wellicht voor deze leerlingen een vervolg mogelijk in het reguliere aanbod cultuureducatie.

In bredere context

De subsidieaanvraag was ingegeven door mijn ervaringen en inzichten als aanbieder in de cultuureducatie, maar vooral ook als ouder. Een persoonlijke initiatief. Maar toen iemand mij onlangs wees op het boek ‘Fluisterzacht en haarzuiver’ van Dirk Monsma werd me duidelijk dat er een bredere context is en dat cultuureducatie voor kinderen met een speciale onderwijsbehoefte een actueel aandachtspunt is.

Voor dit boek bezocht Monsma scholen die een voortrekkersrol vervullen in cultuuronderwijs aan kinderen met een speciale onderwijsbehoefte. Hij laat ouders, leerlingen, leerkrachten en onderzoekers aan het woord over hun positieve visie op cultuuronderwijs en de bijdrage die dat levert aan de (talent)ontwikkeling van kinderen en aan hun leervermogen. Toch is de participatie beperkt- binnen school, maar met name daarbuiten. In een artikel op de website van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie Amateurkunst (LKCA) licht Monsma toe waar dat aan ligt. Zo is er bijvoorbeeld vanuit het gezin van het kind een afstand tot kunst en cultuur, zowel financieel en sociaal-cultureel als in praktische zin. De kinderen komen laat thuis, zijn moe en voelen zich te beperkt om deel te nemen aan het reguliere aanbod. Het aanbod laat in die zin te wensen over: er is onvoldoende expertise of er zijn onvoldoende middelen voor aanpassing. In de scholen gaat de aandacht vooral uit naar het leren, naar het wegwerken van achterstanden en het sociaal-emotioneel begeleiden van de leerlingen. Het draagvlak voor cultuuronderwijs is beperkt.

Monsma pleit voor inspanningen van gemeenten, scholen, ZZP-kunstdocenten, cultuur-, zorg- en welzijnsinstellingen om tot een aangepaste culturele infrastructuur te komen: met extra begeleiding, specifieke groepen in een veilige omgeving, huisbezoeken, bijscholing voor vakdocenten en intermediairs. “Wie pakt de handschoen op?”.

Eerste stap

In Oud-Beijerland is de eerste stap gezet. Al snel kreeg ik te horen van de gemeente dat mijn subsidieaanvraag gehonoreerd werd, en ook de plaatselijke s(b)o-scholen waren enthousiast om mee te werken. Inmiddels heb ik vakdocenten met ervaring en affiniteit met de doelgroep benaderd om invulling te geven aan het programma, de ouders op de scholen geïnformeerd en een interview voor de lokale Omroep Hoeksche Waard gegeven.  Het project lijkt in een behoefte te voorzien. Nu natuurlijk nog ervaren of het wordt wat we ervan verwachten. Wordt vervolgd!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *